Over ontroering kan ik kort zijn. Het is essentieel in mijn leven. Het is waar ik naar op zoek ga als ik lees of een stuk zie of een opera beluister, een dansvoorstelling bekijk,op reis ben of naar mijn man kijk zonder dat hij het ziet. Zonder ontroering hoeft het voor mij niet. Al is het nog zo een “meesterwerk“, al is het nog zo ingenieus gevonden, nog zo intellectueel uitgedacht, al is de mens voor mij nog zo interessant.

Vandaar dat de dingen die ik me herinner uit mijn leven en me bij-blijven steeds te maken hebben met ontroering. Niet het grote. Maar het kleine.
Toen ik Russisch studeerde en in Moskou cursus volgde, heb ik een hoop geleerd en gezien. Maar als ik aan die tijd terug denk is het dít wat terug komt: 3 oude vrouwtjes met een sjaaltje om, op een bankje in de zon voor een oud boerderijtje, met kippen en varkens die vrij rondliepen. Ik vroeg of ik een foto mocht maken en dat mocht. Al zei één omaatje dat ze haar tanden niet in had en dus haar hand voor de mond ging houden. Ik ging op mijn knieën zitten en maakte de foto. Ze vroegen of ik ook een grootmoeder had en of zij het ook zo goed had als zij drieën. Ik zei dat mijn grootmoeder op hen leek, dat ze ook een brilletje droeg en een sjaaltje en mooi kon lachen – met of zonder tanden. Het duurde allemaal niet lang. Maar ik had voor het eerst het gevoel dat ik Russisch had geleerd exact voor dit moment. Later op het vliegveld werd mijn fototoestel gestolen met de film er nog in en ik heb de foto zelf nooit gezien maar ik heb hem in mijn hoofd en ben de ont-roerende oude damestjes nooit vergeten.

Of toen ik in Den Haag de Psalmensymfonie zag in choreografie van Jiri Kylian en de dansers op de geweldige muziek van Stravinsky steeds dezelfde gebaren maakten tussen hangende Perzische tapijten en ik plots aan mijn vader moest denken die enkele maanden daarvoor gestorven was. En de tranen vanzelf kwamen. Op zich had niets met iets te maken maar de gebaren ontroerden mij en deden me denken aan rouwrituelen en aan hem. Het was adembenemend – niet door wat Kylian gedaan had maar door wat het als gevoel met mij deed.

De voorstelling die ik op het ogenblik speel met Les Ballets C dela B gaat over ouder worden, kwetsbaar zijn – er voor elkaar zijn door dik en dun. Zestigers en zeventigers. Een vergeten groep op de scène. Oude stugge mannen die veranderen in beeldschone jonge vrouwen. Al is dat alleen in hun eigen beleving. Toeschouwers zeggen: “ik heb betere travestieshows gezien“ of “ er is zo weinig tekst “ en dansers wachten vergeefs op virtuositeit. Maar de mensen die voor hen staan zijn echt, we spelen niet, we komen op voor onszelf en vertellen ons eigen verhaal. En ontroeren.
En elke avond dat ik daar sta, grijpt die ontroering ook mij. Vooral als er iets fout gaat: wimpers plakken niet, een pruik staat scheef, iemand vergeet zijn plaats en liefdevol wordt hij/zij door de anderen begeleid en geholpen. We zijn op een veilige plek en we zijn er voor elkaar. En wat wij voelen op scène straalt af op het publiek dat lacht en huilt en de hand op het hart legt van ontroering. En die heeft misschien niets met de voorstelling zelf te maken maar met hoe zij die beleven en een plaats geven in hun eigen leven.

Ik denk dat ontroering mijn manier is om verbonden te zijn met wat rond me is: door een film, een herinnering, een akkoord, een mooie zin of een hand die de mijne vasthoudt.
In één van zijn gedichten schrijft Remco Campert : “De dood is een ontroering“ . Als dat waar is heb ik niets te vrezen.

Dirk Van Vaerenbergh