‘Wanneer je je reuk en smaak kwijtraakt, besef je pas echt hoe waardevol ze zijn’

by | apr 29, 2022 | Interview, Zintuigen, Zorg | 0 comments

NKO-arts Sofie Claeys herwon gedeeltelijk haar reuk- en smaakzin na een coronabesmetting.

Was alles wat we waarnemen een schilderij, dan was ons reukvermogen de rijke, diepe achtergrondkleur. Want van al onze zintuigen lijkt onze reuk de meest intieme relatie te hebben met emoties en herinneringen. Niet meer kunnen ruiken heeft dan ook een enorme impact op ons welbevinden, ondervond Sofie Claeys, kliniekhoofd NKO (Neus-, Keel- en Oogheelkunde) in het UZ Gent. Door corona verloor ze zowel haar reuk- als smaakzin. Maar wat de ziekte haar afnam, vond ze zelf gedeeltelijk terug met reuktraining. ‘Reuk en smaak zijn complexe zintuigen die niet altijd naar waarde worden geschat. Jammer, want ze beïnvloeden ons geluk veel meer dan de meeste mensen beseffen’.

Vraag aan honderd willekeurige mensen welk zintuig ze zouden opgeven als ze er dan toch een zouden moeten afstaan, en een flink deel antwoordt gegarandeerd ‘de reuk’. Een hallucinante helft van de jongeren zou liever zijn reukvermogen opofferen dan zijn smartphone of laptop, bleek uit een wereldwijde enquête. Wie zeker niet tot die eerste groep behoort, is professor Sofie Claeys: zij ondervond aan den lijve wat het betekent wanneer de poort naar de buitenwereld dichtgaat in het zintuig dat zo innig verweven is met onze emoties en herinneringen. ‘Midden maart 2020 raakte ik besmet met corona, als allereerste in mijn privé- én werkomgeving’, vertelt ze. ‘In het begin had ik naast een uitgesproken vermoeidheid alleen wat lichte klachten. ‘Dat valt allemaal nog goed mee’, dacht ik, opgelucht. Tot ik op dag vier wakker werd met barstende hoofdpijn en pijn aan één kant van mijn lichaam. Ineens kon ik ook niets meer ruiken, alsof er een schakelaar was uitgezet. Heel akelig. Na dertig dagen recupereren kon ik weer aan de slag, maar de reuk bleef achterwege. Pas drie maanden later kwam het iets of wat terug. Weliswaar op een andere manier dan vroeger: ik rook alleen nog bepaalde elementen van een geur, én sommige dingen roken helemaal anders dan ze ‘moesten’ ruiken. Gras rook naar verbranding, van bepaalde etenswaren rook ik alleen de verpakking, de vinaigrette op mijn salade rook naar chloor. Prettig is anders. Ook mijn smaak moest eraan geloven. De vijf basissmaken zoet, zout, zuur, bitter en umami kwamen vrij snel terug, maar daarmee kun je niet proeven. Dat doe je grotendeels dankzij de aroma’s die bij drinken of kauwen vrijkomen en via de achterkant van de mondholte ons reukepitheel bereiken. Wanneer die niet meer doorstromen, beleef je nog weinig plezier aan eten. Want alles smaakt hetzelfde.’

Groot verlies

Toen het coronavirus zich over de wereld begon te verspreiden, werd verlies van reuk en smaak snel herkend als belangrijk symptoom. Hoe het virus daarbij te werk gaat, weet de wetenschap nog altijd niet zeker. Net zomin als waarom sommigen al na een paar dagen of weken herstellen, en anderen er langdurig last van ondervinden. ‘Iedereen die al eens flink verkouden is geweest, weet hoe het voelt wanneer je reuk en smaak je in de steek laten’, zegt professor Claeys. ‘In die gevallen is er sprake van een geleidingsstoornis: de geurmoleculen kunnen ons reukepitheel niet meer bereiken, doorgaans vanwege een gezwollen slijmvlies. Bij corona loopt het ergens anders fout. De huidige data suggereren dat er sprake is van een perceptiestoornis. Het virus zou het reukweefsel zélf beschadigen, waardoor het signaal naar de hersenen verstoord raakt. Uiteindelijk zijn zij het die al die reukinformatie verwerken.’ Professor Claeys windt er geen doekjes om: niet – of niet goed – meer kunnen ruiken of smaken betekent een groot verlies. ‘Een handicap zelfs’, vindt ze. ‘Ik mis vooral de overweldigende reuk van de natuur. Vers gemaaid gras als ik ga fietsen of wandelen, de zee tijdens een strandwandeling. Geur is zo belangrijk bij het genieten, dat vergeten mensen wel eens. Ook de echte smaakbeleving van fruit is een groot gemis. Ik proef intussen wel iéts wanneer ik een een perzik of een aardbei eet. Maar de echte aroma’s en het plezier dat je daar doorgaans aan beleeft, is weg. De fun van eten is verdwenen. En ook van het koken, soms. Zo was mijn ratatouille laatst veel te pittig zonder dat ik het zelf doorhad.’

Kostbaar geurgeheugen

Hoe erg het ook voelt wanneer je reuk en smaakt verdwijnt, er is ook goed nieuws: de meeste mensen die met deze symptomen geconfronteerd worden, kunnen herstellen. Zeker gedeeltelijk, zoals Sofie Claeys intussen zelf ervaarde. Vandaag heeft ze zo’n 40 à 60 procent van haar reuk en smaak terug, schat ze. Niet dankzij één of ander wondermiddel, want dat bestaat niet. Een bril of een hoorapparaat zijn zo voorgeschreven, maar tegen anosmie – de wetenschappelijke naam voor geur- en smaakverlies – lijkt voorlopig weinig kruid opgewassen. Vooral algemeen lichamelijk herstel, en dus ook herstel van de aangetaste cellen, is cruciaal om te recupereren. Maar ook opnieuw ‘leren ruiken’ met reuktherapie kan helpen, ondervond Sofie Claeys. En daarbij speelt ons wondere brein een belangrijke rol. Door met reuktherapie regelmatig de zenuwcellen in de neusholte te stimuleren, kunnen nieuwe verbindingen met de hersenen gecreëerd worden, gaat de theorie. ‘Het is niet omdat je reuk niet meer werkt, dat ook je geurgeheugen verdwenen is’, aldus Sofie Claeys. ‘In ons hoofd huist een soort geurbibliotheek waarin we heel ons leven lang geuren en smaken opslaan, zodat we ze later kunnen herkennen en benoemen. Of met ons geurgeheugen heel snel kunnen oproepen. Onze reukzin lijkt een sterke link te hebben met herinneringen en de daarbij horende emoties, en vice versa. Als ik denk aan Waasmunster, de plek waar ik opgroeide en vaak speelde, ruik ik spontaan de natuur daar, de natte aarde, de kampen die we bouwden. Omgekeerd kan een parfum of een lekker geurend gerecht je plotsklaps terug katapulteren naar een bepaalde tijd of plaats. De bezoekjes aan oma toen je klein was bijvoorbeeld, of een romantisch dinertje ergens op vakantie.’

Vaak puzzelen

De essentie van reuktherapie bestaat erin je reukzenuw zodanig te trainen, dat hij langzaam sterker wordt. Zo kunnen geurprikkels het goede spoor naar de hersenen weer terugvinden. Dat kan met een etherische olie-set van vier of meer krachtige, herkenbare geuren zoals citroen en eucalyptus. Eerst ruik je eraan zonder te weten wat erin zit en probeer je de geur te benoemen. Lukt dat niet, dan kan je kijken op het flesje en tegelijk de herinnering aan die geur oproepen. Blijven snuffelen is de boodschap, ook al ruik je in het begin vaak niets of weinig. Want hoe intensiever je je reukzone triggert, hoe sneller en vollediger je recuperatie kunt verwachten. ‘Dankzij fysiek herstel en reuktherapie kreeg ik mijn geurpalet intussen voor een groot deel terug’, zegt professor Claeys. ‘Toch blijft het vaak puzzelen. Een banaan bijvoorbeeld kan ik niet meer ruiken of smaken, maar de geur en smaak herinner ik me natuurlijk nog van vroeger. Dus focus ik me op die herinnering. Wat opvalt, is dat ik snel ‘overprikkeld’ ben. Lichte geuren komen nog maar moeilijk binnen eens mijn reukorgaan al sterk geprikkeld is geweest. Gras bijvoorbeeld ruik ik moeilijk, behalve wanneer het pas is afgereden, ik niet moe ben én kort ervoor niet veel andere dingen heb geroken. Kwalitatief kwam er stilaan veel terug, kwantitatief is er veel weg. Het lukt me gelukkig weer om dingen te ruiken, maar beperkter dan vroeger. Op restaurant een volledig menu bestellen bijvoorbeeld heeft geen zin meer. Na het voorgerecht en een stuk van het hoofdgerecht heb ik al mijn reuk voor die avond ‘opgebruikt’.’

Hetzelfde schuitje

Of haar reuk- en smaakzin ooit volledig terugkomt? Moeilijk te voorspellen, zegt professor Claeys eerlijk. ‘Uiteraard hoop ik op volledig herstel, want een leven zonder reuk en smaak is toch een armer leven. Sommige patiënten zitten er echt door. Omdat ik het zelf meemaak, is er vaak maar één woord nodig om te begrijpen wat ze voelen. Het vertrouwen is er alleen maar groter op geworden. Voorlopig kan ik weinig meer doen dan hen reuktherapie voorschrijven. Maar ze weten: van zodra er een echte behandeling is, zal ik de eerste zijn om dat te signaleren. Want ik zit in hetzelfde schuitje. In afwachting probeer ik op een positieve manier met mijn verlies om te gaan. Om mijn smaak zo goed mogelijk te trainen, eet ik trager dan vroeger en ook veel puurder. Niets meer voorverpakt dus, want dan proef ik meer plastic dan iets anders. Corona heeft me iets moois afgenomen dat ik misschien nooit meer terugkrijg. Hoe je dat ook draait of keert, het blijft een rouwproces. Ook al ben ik al bijna anderhalf jaar gevaccineerd, uit vrees voor varianten bescherm ik mezelf nog altijd goed. Ik wil niet riskeren de reuk die me nog rest en die me zo kostbaar is, straks ook nog te verliezen.’

Tekst: Caroline De Ruyck

Andere artikelen

0 Comments

Reactie nalaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.