UTOPIA, troostplek in goede en kwade dagen.

by | mrt 8, 2024 | Magazine #9 | 0 comments

Troost (de; m): 1. Bemoediging bij verdriet, 2. (informeel) koffie: een bakje troost. Van Dale zet ons al een stukje op weg, maar in UTOPIA – de plek waarin de hoofdbibliotheek van Aalst huist samen met de Academie voor Podiumkunsten Aalst – werd troost dit jaar tastbaar. Troost, omdat het team van de bibliotheek afscheid moest nemen van een erg gewaardeerd collega. Troost, omdat de inhuizige Academie voor Podiumkunsten Aalst er voor hen was. Troost tot slot, in hun publiekswerking. Cirkels van troost, kortom. 

Troostcirkel 1: Troost bij en voor collega’s 

Utopia en de hoofdbibliotheek van Aalst hebben al meerdere prijzen gewonnen. In 2019 werd de bib bekroond tot de beste bib in Vlaanderen en Brussel, in datzelfde jaar werd Utopia genomineerd voor de Mies van der Rohe award, in 2020 won Utopia de jaarlijkse Pieter Van Aelstprijs en in 2021 won het gebouw de prestigieuze ABB Leaf Awards in de categorie ‘Best Arts & Culture Building Project’. Het is een plek die leeft. En dat het leven ook scherpe kanten heeft, hebben de Utopianen in 2023 mogen voelen. Glen Roels, een geliefd bib-medewerker, werd getroffen door een hersentumor, waaraan hij uiteindelijk zou sterven. Arnoud Van Der Straeten, hoofdbibliothecaris, en Lien Van Cromphaut, bib-medewerkster vertellen wat een ziekteproces en overlijden van een collega met een team doet en hoe je troost daarin kan vinden.

Een onweerswolk die je ziet hangen

ARNOUD: Ik herinner me nog het berichtje dat Glen stuurde: “Het schijnt dat ik een tumor heb”. Hij ging daar heel zacht mee om, bijna alsof het niet over hem ging. Glen was een bijzonder persoon. Hij werkte hier nog niet lang, maar iedereen – ook de klanten – hadden hem meteen in hun hart gesloten. Hij was gedienstig, warm en een echte gever. 

Dat bericht over de diagnose is als een onweerswolk die je in de verte ziet hangen en waarvan je op den duur wist dat die onafwendbaar op ons neer ging vallen. 

Tijdens zijn behandelingen kwam hij nog met momenten werken, maar op een bepaald moment ging dat niet meer. Hij bleef wel contact zoeken, via whatsapp of via een bezoekje samen met zijn ouders. 

LIEN: Hij kwam vaak vlak na een ziekenhuisbezoek bij ons langs om te delen. We kregen dat ziekteverloop vanop de eerste rij mee. Dat heeft natuurlijk twee kanten: dat geeft troost, maar dat komt ook heel erg binnen. 

ARNOUD: Heel dat proces is als een storm van verdriet binnen gespoeld in dit huis. Dat bouwt op: je ziet dat komen, je ziet de impact bij uw medewerkers. Bij medewerkers die eerder ziekte of verlies hadden gekend, wordt dat allemaal opnieuw opgerakeld. Dat kleeft daar zo aan vast.

En dan was er het berichtje van Glen zelf: “het is terminaal, het gaat niet meer, ik heb nog een aantal maanden”. Dat kwam binnen als een bom. Dat was opnieuw een moment dat we samenkwamen onder collega’s, open communiceerden, tijd namen om te delen. Dan zag je dat het echt begon te wegen op sommige collega’s. Mensen die dicht bij Glen stonden, hebben dan psychosociale ondersteuning gehad van onze personeelsdienst, altijd dezelfde vertrouwde persoon. Zij kwam op de voorgrond als collega’s het erg moeilijk hadden. 

We zijn een heel open team, dat elkaar steunt, verzorgt en draagt. Het mooie was dat die basis zo stevig zat dat er spontaan overgangs- en belevingsrituelen ontstonden op symbolische momenten. Er zijn echt nog mooie momenten geweest, ook toen hij ziek was. Ik herinner me de wandelactie. Glen was heel gelovig, en dan zijn we met het team en met hem een kappelekesommegang gaan wandelen. Daar waren zijn ouders ook bij. De ouders waren er van in het begin overal sterk bij betrokken. Of er was een kamerjas die zijn naaste collega’s voor hem lieten maken.

Uiteindelijk heeft Glen – sneller dan gepland – euthanasie gekregen. Het was een vrijdag begin juni. Als leidinggevende zorg je dan dat je klaar bent. Je hebt een aantal scenario’s doorgenomen. Je hebt met de personeelsdienst doorgenomen wat je als leidinggevende kan doen. Je brengt de psychosociale ondersteuning in paraatheid. Die vrijdagavond hebben we samen tijd genomen als team. Diegene die die dag werkten, bleven na, en diegenen die thuis waren, kwamen spontaan speciaal naar hier. Dat was goed en nodig.

Een witte roos

LIEN: Maandag na het overlijden van Glen kwamen zijn ouders naar hier en hebben zij verteld over zijn laatste uren. Ik vond dat zelf heel aangrijpend, want ik heb nog nooit een euthanasie van zo dichtbij meegemaakt. Maar je merkte dat die ouders enorm veel hadden aan dat te kunnen delen met ons. Utopia is ook echt een troostplek voor hen. 

De crematie vond plaats voor de uitvaart. Zijn ouders hadden ons gevraagd om op het moment van de crematie hier, in zijn geliefd Utopia, kaarsen aan te steken. Zo kleine symbolische zaken maken wel dat je het verdriet samen draagt. We brandden in die periode hier wel vaker kaarsen voor hem – de noveenkaarsen van de kappelekestocht. Niet dat wij zo gelovig zijn, maar Glen was dat wel. 

ARNOUD: En dan was er de uitvaart. Je eerste reflex is dan de bib te sluiten zodat iedereen naar de uitvaart kan. Het was een moeilijke beslissing samen met het college. De collega’s van welzijn raadden toen aan om de vraag aan het team voor te leggen. En dat was mooi om te zien: de nieuwe collega’s gaven spontaan aan dat zij die zaterdag wel zouden werken, zodat de bib open zou kunnen blijven. Op die manier konden de collega’s die Glen goed kenden, en naar de uitvaart wilden, ook gaan. 

Vervolgens hebben we samen bekeken hoe we naar de uitvaart zouden gaan. De idee kwam om allemaal een witte roos op te spelden, samen te gaan, en nadien samen af te zakken. Dat laatste was ook iets dat Glen nog voor ons geregeld had trouwens. De groep heeft toen een mooie tekst geschreven die ik heb mogen voorlezen. Dat verliep spontaan.

LIEN: Nele, een naaste collega van Glen, heeft de uitvaart geopend met een tekst die Glen zelf geschreven had. Het was heel mooi dat we de uitvaart mochten beginnen en afsluiten. Op zijn kaartje stond ook een foto van Glen die wij hier hadden gemaakt en een tekening van Glen die een collega gemaakt had. Zeer mooi. 

Zorg voor de kring rondom je team

ARNOUD: Je voelde aan alles hoe geliefd Glen was. Hij was graag gezien. Erg geliefd, warm en ongelooflijk bescheiden. Hij werd door heel wat bezoekers graag gezien. Naar de klanten zijn we heel open geweest in onze communicatie. We hebben meteen ook een rouwregister aan de inkom gelegd. Onze boekbinder heeft dat in zijn weekend nog voor ons gemaakt. Dat het rouwregister hier in zijn geliefde Utopia lag, was heel belangrijk voor zijn ouders. Mensen uit allerlei hoeken hebben daar iets ingeschreven. Nadien hebben we het ook aan zijn ouders gegeven.

Een wake, als warme mantel

ARNOUD: We voelden heel veel empathie, steun en begrip bij collega’s en leidinggevenden van andere diensten. In het bijzonder ook van de academie: wat zij gedaan hebben, dat was schitterend. Juni 2023 zou een groot feest worden. Het team van de bibliotheek en het team van de Academie zouden hun houten huwelijk vieren: 5 jaar partners in het prachtige Utopia-gebouw. Niemand van onze collega’s had daar toen zin in en we hebben dan met de schepen, de collega van welzijn en de academie beslist om het niet te laten doorgaan.

De academie zag ons ondertussen worstelen met ons verdriet. Ruth, de directrice van de academie, stelde ons voor om op de dag dat we onze verjaardag zouden vieren een wake doen in de Geuze. Bij die vraag schoot de krop in mijn keel. 

LIEN: Dat was vrij snel na de uitvaart. Ik weet dat ik dacht: “neen, niet nog eens in het verdriet”. Maar dat was heel mooi, symbolisch en troostend.

ARNOUD: Ja, je denkt op dat moment dat het dubbelop is. Maar het was schitterend gedaan: woord, muziek, zelfs dans op film, en gepersonaliseerd. Onze schepen was aanwezig, de collega van welzijn. Het was hartverwarmend en nodig om zo nog iets te doen in eigen huis.

LIEN: Voor de collega’s die niet naar de uitvaart waren geweest, was dat ook een bijzonder moment. Het was een ontzettend mooi dat collega’s van een andere dienst dat voor u doen. Ook op de dag van het overlijden was die collegialiteit voelbaar. Die avond zijn we als bib wat vroeger gestopt aan de balie en heeft een medewerker van de academie dat overgenomen. Die collegialiteit was hartverwarmend. 

Glen blijft een ongelooflijke motivator

ARNOUD: De impact op uw team is groot. Je voelt dat zoiets weegt. Mensen draaien op automatische piloot. Maar bezoekers hebben dat nooit gemerkt. Collega’s aan de balie zeiden gewoon: “kom, we zetten ons eraan, we doen het voor Glen”. Glen was tot op het laatste moment en nu nog een motivator, een stimulans. 

En hij is hier nog aanwezig. Op zijn verjaardag hebben we bijvoorbeeld pannenkoeken gebakken, samen met zijn ouders. Want pannenkoeken bakken daar hield Glen zelf enorm van. Dat zal een traditie worden. En het straffe is dat ook de nieuwe collega’s voelen hoe bijzonder dat die Glen was en wat een bijzonder traject we samen met hem hebben gelopen. 

LIEN: We hebben hier ook een maquette van het gebouw in LEGO staan. Daarvoor hebben we een mannetje laten ‘costumizen’ als Glen de pannenkoekenbakkende superman. Dat mannetje staat nu op de maquette, op zijn geliefd Utopia. We verweven dat ook in onze rondleidingen. 

ARNOUD: Voor zijn ouders blijft Utopia een troostplek. Zij komen hier letterlijk troost tanken, omdat ze wisten hoe goed hij zich hier voelde. 

Tips en tricks voor troost op het werk

ARNOUD: Als leidinggevende probeer je op alles voorbereid te zijn. Je probeert alles in scenario’s te steken. Je probeert alles te structureren, je regelt zaken, je probeert voorbereid te zijn. We hebben protocollen over heel praktische zaken, over psychosociale opvang in trajecten. Maar eigenlijk moet je dat allemaal loslaten. Je moet dat beleven als leidinggevende, want je maakt daar ook deel vanuit. Dat was soms wel moeilijk. Het dubbele is dat je dat zelf ook beleeft: je hebt ook pijn, en je ziet dat bij je collega’s. Als leidinggevende moet je dat net zoals elke mens durven beleven. En tegelijk moet je er ook zijn voor je mensen. Als die het moeilijk hebben, moet je ze kunnen doorgeleiden. En dus toch vooral ook loslaten.

Een tweede tip is om geen beslissingen op te leggen. Leg te beslissen zaken voor aan je team en bepaal dan samen de richting. Neem geen beslissingen voor mensen maar samen met hen, want op dat moment ben je gewoon verbonden. Elke kleine of grote beslissing neem je samen. En die samenhorigheid voel je. Dat voel je nu nog. 

LIEN: Lieselot, de verantwoordelijke in mijn team, vroeg heel vaak aan ons: “wil er nog iemand iets over zeggen?” De ruimte was er altijd, ook al werd die niet altijd benut. Het was goed te mogen voelen dat je er over kan spreken, in groep of apart. 

ARNOUD: Eigenlijk moet je als leidinggevende een stukje achteruithangen. Dat is niet eenvoudig. Je moet jouw hoofd niet kapot denken: geef je mensen de ruimte om zelf zaken voor te stellen. Een voorbeeld is bijvoorbeeld wie er contactpersoon gaat zijn voor de ouders. Als leidinggevende kan je snel denken dat dat aan jou is. Maar wij hebben hier Nele, een collega die dichtbij Glen stond. Wel, het is dan goed om haar vertrouwen en verantwoordelijkheid te geven om de communicatie met zijn ouders te doen. En voor de ouders is er zo ook een vertrouwd aanspreekpunt. Je moet dat niet willen overnemen.

 

Troostcirkel 2: Troost in goede en kwade dagen 

De Academie voor Podiumkunsten Aalst zag de verslagenheid bij de collega’s van de bib. Daarop deed de Academie waar ze goed in is: troosten via kunst. Ruth Verberckmoes, directeur van de Academie, en Karin Straetmans, docente woord aan de Academie, vertellen ons er meer over. 

RUTH: De bib-collega’s namen heel wat initiatieven naar de buitenwereld. Ze waren bijvoorbeeld heel zorgzaam voor de ouders en familie van Glen. Wij stelden ons de vraag: “wie zorgt voor hen? Wie vangt hen op? Wie geeft hen de ruimte om hun verdriet te mogen hebben?” Karin en ik zeiden toen meteen tegen elkaar: “als zij de ruimte aan anderen geven, dan zullen wij de ruimte aan hen geven, zodat zij ook de kans hebben om gewoon te voelen”. 

KARIN: We wilden hen troost bieden met dat waarin wij sterk zijn: woord, muziek en dans. Een soort wake, een troostmoment van ons voor hen. Wij namen dat in handen: we verwachtten niets van hen. We wilden hen niet storen. Dat is eenvoudig gegroeid uit zorg voor hen. 

RUTH: We hebben onze academie-collega’s aangesproken en de inhoudelijke coördinatie lag in handen van Karin.

KARIN: Het was het einde van het schooljaar en iedereen was moe. Tegelijk is zo een troostmoment voor mij heel belangrijk: dat moet kloppen, want het is de start van verwerking. Daarom nam ik het in handen: ik wilde hen een moment van terugblikken geven dat troost. Nadien hebben we een klassieke koffietafel gehouden: een broodje en een taartje. Samen met ons hun moment. Daar komen dan de verhalen naar boven. Dat was hartelijk. 

RUTH: Je zorgt voor elkaar: in goede en kwade dagen. In onze maatschappij moet alles plezierig zijn – ‘happy and joy’ – en succesvol. Maar dat is niet het echte leven. Je moet niet productgericht zijn, maar procesgericht. Je moet niet alles in cijfers en ‘wins’ willen gieten. Het gaat over mens-zijn: ‘hoe kunt ge de beste vorm van een mens zijn?’ In naastenliefde, in het er zijn voor de ander, ben je ten volle mens. En dat willen wij als academie waar maken. Daar staan wij voor. We zijn dus ook maar gewoon mens geweest.

Bovendien hebben we ons partnerschap zo kunnen waarmaken. Een goede relatie is niet 50-50, maar is samen 100. De ene keer is het voor hen moeilijker en kunnen zijn maar 20 opnemen, wel dan doen wij 80. En op andere momenten zal het omgekeerd zijn. Je bent er voor elkaar. 

Het was een heel warme ervaring. Je voelde ook dat het geapprecieerd werd. Het was verbindend, met hen maar ook in ons eigen team. 

KARIN: Dat is waar. Ik heb mijn pasgeboren kindje jaren geleden verloren. Ik gaf hier toen al les. Na het overlijden keerde ik terug, maar niemand had aan de collega’s en mijn leerlingen verteld dat mijn dochtertje gestorven was. Ik kwam in mijn klassen en de kinderen hadden tekeningen mee. Ik kwam in de docentenruimte en de collega’s hadden kaartjes mee. Niemand wist dat. Dat was echt erg. Ik ben die eerste weken kapot naar huis gegaan. Zoiets doe je niet met collega’s: je zorgt voor elkaar. Ik vind dat zo belangrijk. En dus die wake houden was gewoon logisch. Dat doe je voor elkaar.

RUTH: Ook zorgen voor je eigen team kwam daarbij kijken. Hoewel Glen geen directe collega van ons was, kenden we hem wel. We hebben open en transparant gecommuniceerd binnen de academie: niet enkel over zijn overlijden maar ook over wat we gingen organiseren. Op dat moment was er niet meer nood bij onze collega’s, al stond de deur altijd open. De collega’s waren ook welkom op de wake.

KARIN: De dag van de wake was Utopia gesloten. Het huis was dus voor de partners: de bib en de academie. De collega’s waren vrij om te beslissen of ze kwamen. Ook bij eerdere verliezen in de academie zelf werd die mogelijkheid geboden: je hebt de vrijheid om naar de uitvaart te gaan. Je kan zelf bepalen wat voor je past. En dat is fijn.

RUTH: Het is wel blijven hangen. Je voelt hoe waardevol dat dat is. Ik ben opgeleid in de ‘community arts’-benadering (de benadering waarin kunst gemaakt en gegrond is in de maatschappij, nvdr). Voor mij is het heel logisch dat je je creatieve tak altijd vermengt met iets waarin je naar de mensen gaat. Ik wil niet dat de mensen naar mij komen, maar ik ga naar de mensen met mijn medium. Daarin kunnen we de meest waardevolle invulling geven aan wat we kunnen. Kunst en cultuur horen niet alleen op een podium van een schouwburg. Wij kunnen als academie onze wereld daarbuiten ook verbreden, zeker als je dat kunt doen met zo een fijne betrouwbare en laagdrempelige partner als de bib. Zo ontstaat een platform waarin kunst zo veel meer kan betekenen. De essentie toont zich dan: de verbinding, de emotie, de troost en de pijn. Dat mogen laten gebeuren, daar groei je van, als mens, als academie en als partners.

KARIN: Ja, dat voel je nu ook nog steeds. Wat we voor de bib en Glen hebben gedaan, heeft ons allen een heel stuk dichterbij gebracht, ook in samenwerking. Dat hebben we gevoeld in het project ‘Wellicht’. Eigenlijk is dat speciaal, want wat Glen zo uniek maakte, was dat hij als bib-medewerker altijd die verbinding zocht met ons. Hij heeft mee voor die verbinding gezorgd.

 

Troostcirkel 3: Wellicht, troost in donkere dagen

Troost staat in de bib ook helemaal in de focus bij het project “Wellicht” dat in het najaar 2023 aan zijn tweede editie toe was. Lien Van Cromphaut, medewerkster van de bib en initiatiefneemster van Wellicht, neemt ons graag mee in het hart van Wellicht.

Licht in donkere thema’s

In de nasleep van COVID wilden we graag iets doen rond mentaal welzijn. De idee was om via onze publieksactiviteiten mentaal welzijn bespreekbaar te maken op een manier dat al onze doelgroepen zich aangesproken voelden. In plaats van allemaal aparte activiteiten te organiseren rond verschillende thema’s hebben we beslist om al onze activiteiten periodiek op te bouwen rond mentaal welzijn. Zo is het project Wellicht geboren. De naam verwijst naar de campagne van TE GEK en naar het brengen van licht in moeilijke thema’s. 

Vervolgens zoek je activiteiten (lezingen, workshops, voorstellingen…) waarin de 5 pijlers van onze publiekswerking verweven zijn: de belevenisbib, de literaire bib, de mediawijze bib, de innovatieve bib, en de bib in samenwerking met scholen. Je zoekt naar een mix waarin iedereen zich aangesproken kan voelen. 

De eerste editie van Wellicht startte in december 2022 en liep tot in het voorjaar 2023. Voor de kinderen boden we toen een workshop aan met Joris Thys over zijn boek Verder dan ver – Zebra zoekt het geluk. Verder waren er lezingen met Lize Spit (Het smelt), Ignaas Devisch (Zijn er nog vragen?) en Alicja Gescinska (Een oefening in menselijkheid). Die eerste editie was zo een succes dat we meteen aan een tweede editie dachten.

Die tweede editie is heel snel op de eerste gevolgd, een beetje onverwacht. We hadden immers in de eerste editie nog een auteurslezing met Ann Ceurvels en Ann Poppe (Niet normaal) gepland, maar die kon toen niet doorgaan. Beide dames wilden die graag hernemen op de World Mental Health Day op 10 oktober 2023. We hebben dan beslist om in die periode van de 10-daagse voor mentaal welzijn onze tweede editie van Wellicht te plannen. 

Een troosteditie

Die tweede editie stond in het teken van troost. Dat specifieke thema is organisch gegroeid in partnerschap met de academie. Tijdens de voorbereidende brainstormsessies voelden we dat er aandacht voor troost nodig was. Je werd er in de actualiteit vaak mee geconfronteerd. Er verschenen heel wat podcasts en boeken over. Dat werd ook weerspiegeld in onze uitleencijfers: die cijfers zijn niet alleen heel hoog voor het thema Mens en Zelfontwikkeling, maar ook voor de thema’s dood en rouw. Bovendien leerde het project van de weesgedichten (een ander project dat ontstond in de schoot van Utopia tijdens COVID 2021, waarbij je een gedicht kan adopteren dat dan op een van je huisramen prijkt, nvdr) ons nog eens hoe troostend poëzie voor veel mensen is tijdens de donkere winterdagen. 

Het programma lag vrij snel vast, ook mede dankzij de samenwerking met de academie. Het programma bevatte o.a.

  • Een workshop voor tieners: Krachtquotes op je totebag borduren via een innovatieve borduurmachine, dankzij de hulp van Maaike van den Abbeele, textielkunstenares uit Aalst
  • Een workshop voor kinderen: het maken van een troostknuffel om je verdrietjes in te stoppen
  • (auteurs)lezingen met Luk Dewulf (talentenfluisteraar), Lut Celie (rouw bij kinderen) in samenwerking met het Huis van het Kind, en de uitgestelde lezing van An Creuvels. 
  • Een lezing over troost doorheen de muziekgeschiedenis door Lien Van Steendam, docente aan de academie. We gaven aan de academie aan dat we in de lezingenreeks nog iets met muziek wilden doen. In corona zijn heel veel trooststukken geschreven, zowel in de muziek als in theaterstukken. Veel van die stukken zijn niet gespeeld kunnen worden en zijn nadien zo wat in de vergetelheid beland. Dus het was bijzonder om dat ook onder de aandacht te brengen. Lien Van Steendam, docente aan de academie, wilde dat graag opnemen. Dan is de idee van de troostcatalogus ontstaan, zodat we input ontvingen van de bezoeker. We hebben in de troostkamer (zie verder) een prachtig gebonden boek gelegd, waarin de bezoekers werden uitgenodigd om de woorden en /of muziek te noteren die hen troost brengen. Lien heeft dan met haar studenten heel wat werk verricht rond troost en ze stelde uiteindelijk een Spotify-lijst samen: de Utopia’s Troostcatalogus. En surplus kreeg elke bezoeker bij die lezing nog een pakje troost in de vorm van een klein pakje koffie. Heerlijk! 
  • De inhuldiging van de zaal Roelandt. Op dat bijzondere moment hebben we hulde gebracht aan Gunther Roelandt, iemand die zich heel erg heeft ingezet voor de academie en die een aantal jaar geleden uit het leven gestapt is. Het enige schilderij in heel het gebouw is van hem en hing in een klas die nog geen naam had. Samen met de leerlingen woord en muziek werd die klas ingehuldigd ter ere van Gunther. Wij hebben hem een plek gegeven voor wie hij was en wat hij meegemaakt heeft, voor wat hij altijd voor ons deed met zijn groot hart. 

Een heuse troostkamer

Het idee is dat elk project zichtbaar moet zijn in de bib. We hebben daar onze beproefde methodes voor, maar rond troost vonden we dat een uitdaging. We hebben immers heel wat materiaal in onze collectie rond het thema: hoe zou dat er nog uitspringen? Ik had in die voorbereidingsperiode ook een artikel gelezen over ‘silent reading spaces’, wat in Groot-Brittannië vaak voorkomt. Mensen zijn overprikkeld en zoeken een plek waar ze gewoon kunnen lezen in alle rust. Ik was meteen weg van dat idee. Ik contacteerde een bib die in de zomer met groot succes een leesgroep gestoeld op dat principe had op een buitenplek. Ik wilde dat ook, maar dan in de bib. Hoewel onze bib eigenlijk al een stilteplek is, wilde ik daarin nog eentje creëren. Ik had ook gelezen dat de universiteitsbib in Gent de planten van de studenten tijdens de niet-kotperiode verzorgt. En zo kwam de droom om een serre te plaatsen op de eerste verdieping, met daarin een planten- en zadenbib en een ‘silent reading space’. Iedereen was enthousiast over het idee. We hebben het wel wat praktischer en haalbaarder gemaakt door een van de bestaande kunstkamers te gebruiken als troostkamer. En dat werkte prima. We verzamelden alle materialen rond troost in de troostkamer en leerlingen van de academie spraken krachtboodschappen in die dan in die troostkamer afgespeeld werden.

Collega Joke heeft dan een beeld voor het project getekend. Dat beeld werd op het raam aan de troostkamer gezet, en op wobblers doorheen de boekenplanken. 

Heel deze troosteditie van Wellicht werd heel goed ontvangen. Bij de lezingen zijn ook heel wat mensen ervoor of erna nog even naar de troostkamer gegaan. Ook door dat auditieve aspect namen mensen echt de tijd in de troostkamer. Zo was er een fotograaf die daar per toeval kwam voor een fotoboek en er een uur of twee is blijven zitten. Wij hebben van veel mensen mogen horen dat dat hen deugd deed, om zo een troostkamer te mogen ervaren. Het is dus voor herhaling vatbaar. We broeden al op nieuwe ideeën en samenwerkingen. 

Deze bijdrage werd voor publicatie nagelezen door de ouders van Glen. Zij willen hun dank extra betuigen aan alle Utopianen voor de warmte en troost die ze hebben mogen ontvangen, en in het bijzonder aan Dhr. Arnoud Van Der Straeten en  Mvr. Nele Uyttersprot. Betrokken worden in de verschillende troostinitiatieven was en is voor hen nog steeds een belangrijke steun.

Tkest: Let Dillen
Beeld: © Sarah Corynen, Lien Van Cromphaut, Utopia, Academie Aalst