Persoonlijke verlies – verhalen via kunst en objecten verknoopt met het leven.

by | sep 18, 2023 | Magazine #7 | 0 comments

Van 20 april tot en met 11 mei 2023 liep aan PXL-MAD School of Arts te Hasselt de tentoonstelling In Absence. Een tentoonstelling over de (wan)verhouding tussen rouw/verlies en objecten. Een tentoonstelling die vertrok vanuit het onderzoek van dr. Karen Wuytens over de betekenis van objecten in de context van rouw, geruggesteund door
dr. Nadia Sels en heel wat collega-docenten/onderzoekers. Een tentoonstelling bevolkt door kunst en alledaagse objecten, door lezingen en workshops. En dat allemaal samengebald in een periode van drie weken.
Ik blik samen met de curatoren van In Absence, Karen Wuytens en Nadia Sels, terug op dit intens project.

In Absence als een open verhaal
Karen: Nadia en ik zijn coördinatoren van de onderzoeksgroep MANUFrACTURE aan de PXL-MAD School of Arts. We willen als onderzoeksgroep de brug leggen tussen designobjecten en kunst. In het begin van het academiejaar nodigde ik de onderzoeksgroep uit om als groep naar buiten te komen via het thema van rouw en verlies, een thema dat ons allen ten tijde van corona bezig hield. Bovendien had ik tijdens mijn eigen onderzoek gemerkt dat musea en partners bereid waren om voorwerpen ter beschikking te stellen. Het thema raakte duidelijk bij iedereen een gevoelige snaar.
Er bleek dus een enthousiasme te bestaan, zowel in huis als buitenshuis. En dankzij die samenwerkingen met o.a. collega-docenten, onderzoekers, het Museum für Sepalkralkultur Kassel, het Museum Tot Zover Amsterdam, zelfs het MSK Gent en Sereni is In Absence ontstaan.
Nadia: Het enthousiasme en de bereidheid was er. Maar we waren ook wel ergens bezorgd. Verlies/rouw is een breed thema en de kwaliteit moest hoog zijn. We maakten de combinatie van alledaagse objecten en kunst in een expo. En we hadden maar een korte voorbereidingstijd. De expo is op die manier voor een deel organisch ontstaan, zeker niet ondoordacht. En dat werkte: het werd daardoor een open verhaal. Een weergave van de plaatselijke gemeenschap van PXL-MAD, die zich tegelijk breder vertakt. Het werd een tentoonstelling waarin verhalen van veel mensen samenkomen, waar veel losse eindjes zijn, maar waar er toch een samenhangend weefsel ontstond. Net zoals rouw ook is, denk ik.

De kracht van alledaagse voorwerpen
Karen: We wilden niet belerend zijn, we wilden niets opleggen. Wat we wel wilden, was een zo breed mogelijk publiek bereiken, en dat bezoekers zelf associaties maakten met hun eigen verhaal of tussen de aanwezige werken. En juist de alledaagse voorwerpen hebben daartoe bijgedragen. De alledaagse voorwerpen werkten drempelverlagend. De tentoonstelling startte onderaan een brede trap. Die trap stond vol met een bonte verzameling koffiekopjes, op elke trede één, elk kopje met een andere eigenaar, elk kopje met een ander verhaal. Een verhaal waarvan de bezoeker een korte inkijk kreeg dankzij het kleine handgeschreven briefje bij elk tasje. Die kopjes verzamelde ik na een oproep aan iedereen die bereid was een kopje uit te lenen dat ooit eigendom was geweest van een gestorven liefde, of een kostbare herinnering met zich meedraagt. Met die installatie van die koffiekopjes begin je met heel persoonlijke verhalen van gewone mensen, heel concreet. Dat concrete is herkenbaar en zorgt voor een betrokkenheid bij de bezoeker. Ik plaatste de kopjes op een soort witte statige loper naar boven, elk kopje onder een stolp. Op die manier wilde ik aantonen dat zo een koffiekopje ook een andere betekenis krijgt na het overlijden. Het vervangt als het ware een stuk de overleden persoon. Het worden koesterobjecten.
Nadia: Die combinatie van alledaagse voorwerpen en kunst werkte echt. Kunst komt snel in een aparte wereld terecht met eigen wetten, losgekoppeld van het concrete. Kunst kan net opgeladen worden door te tonen hoe het concreet impact kan hebben op een mensenleven, hoe het kan troosten bijvoorbeeld. Kunst kan de complexiteit van dingen tonen, zodat je weet dat die dingen mogen bestaan in hun complexiteit en juist daarin zit voor mij iets heel waardevols. Dat daar niet alleen de eenvoudige beelden en de eenvoudige woorden voor zijn – die absoluut ook nodig zijn – maar ook dingen die de moeilijkere aspecten ervan denkbaar maken. Dat troost. En dat in combinatie met alledaagse voorwerpen werkt. Het toonde dat ook in alledaagse voorwerpen een ongelooflijke schoonheid kan zitten. Ik denk bijvoorbeeld aan het rouwmanteltje uit ca 1900 dat we in bruikleen hadden van het Museum für Sepalkralkultur Kassel. Het was een prachtig zwart manteltje in zorgvuldig geplisseerde wol. Wat mij betreft hoeft er op dat moment geen onderscheid te zijn tussen iets dat ontworpen is en iets dat kunst mag heten.

De kwaliteit van toevalligheden
Karen: Dat manteltje is voor mij ook een voorbeeld van hoe open het ontwerpproces van de expo was, en hoe daar mooie dingen uit voortkwamen. Het gaat over toevalligheden die ontstonden en daar de kwaliteit van kunnen zien. De bruikleen van dat manteltje was bijvoorbeeld gebonden aan heel wat condities. Er mocht bijvoorbeeld niet aangekomen worden, er mocht geen daglicht op. En dan ga je zoeken naar een plaats in het geheel. Je zoekt, en plots zie je een kleur, een structuur, een vorm en weet je dat een combinatie werkt. Die ruimte voor toevalligheden werkt verrijkend. Metaforisch is het ook eigen aan een rouwproces. Het hoefde niet altijd vast te liggen.
Nadia: Die toevalligheden waren wonderlijk. Het doet me denken aan onze overweging of we de expo niet beter in de herfst zouden doen. We hebben dat uiteindelijk niet gedaan, omdat rouw en de dood niet stopt met de herfst. Maar daardoor ontstond toevallig een prachtige tegenstrijdigheid. Nadat je de trap bent opgekomen, kom je in de expositieruimte. Daar plaatsten we Honte 2019 van Berlinde De Bruyckere in de ruimte voor een open glaspartij naar buiten. Dat gaf een onverwachts mooi beeld. Je zag het veulen en aan de overkant van de straat zag je door het raam de lentetakken die in bloei kwamen. Zoiets hadden we niet gepland, maar het geeft een tegenstrijdigheid die bij het thema hoort. 

“Via die alledaagse voorwerpen kwamen mensen in aanraking met de schoonheid van kunst. Ze ervaarden dat verlies een thema is waar over gesproken mag worden. Of waar er tijd voor genomen mag / moet worden, daarom niet in woorden.”

Nadia: Sommige werken gingen relaties aan die we vooraf niet konden anticiperen: ik denk dan aan de neonbloem van Daan Gielis, genaamd ‘Wilting Flowers’, en het glasgeblazen sculpturaal werk van Ilse Van Roy, genaamd ‘Silent Dance’. De neonbloem reflecteerde prachtig op het zwarte glas van het werk van Ilse Van Royen, waardoor het zich ei-genlijk uitzaaide. Het frappeerde me dat die bloem overal terug opschoot in de reflectie van dat zwarte glas in de eerste plaats maar ook in de glazen vitrines, net zoals bloemen doen. Dat smolt die ruimte aan elkaar. Zoiets kan je niet anticiperen. Je kan er alleen maar voor openstaan en verwonderd over zijn.
Karen: Zulke ontmoetingen zag je op verschillende plaatsen ontstaan. Je had bijvoorbeeld het werk van Jo Klaps ‘Drawings of a father’. Jo klaps maakte in het laatste levensjaar van zijn vader wekelijks een tekening van hem. Dat werk ging in dialoog met een werk van Museum Tot Zover: een tekening van een moeder en vader uit 1800. Dan zie je dat die thema’s blijven terugkomen. Je ziet het verschil maar je ziet ook gelijkenissen die je het verleden meer leren waarderen.
Het doet me ook denken aan het werk van Ellen Vrijssen ‘Me and Death at the Ball’, een schilderij van een vrouw met een schedel in de hand, een schilderij dat zij maakte naar aanleiding van persoonlijk levend verlies dat nooit weggaat. Dat werk plaatsten we naast een memento mori. Een bezoeker sprak me daarop aan: “Het is zo sterk dat die twee ten opzichte van elkaar hangen. Je ziet gewoon vanop het schilderij dat de vrouw veel meer pijn heeft dan het skelet dat ze vastheeft.” Die bezoeker kende het verhaal van Ellen niet, maar had de pijn en tegelijk de kracht ervan gezien. De ontmoeting werkt dus. Net de dualiteit heeft ervoor gezorgd dat bij vele mensen het gesprek geopend is. Mensen, die als kunstenaar, ontwerper, of kunsthistoricus naar In Absence keken, zagen er waarde in, maar ook het brede publiek werd er evengoed door aangesproken. Dat mensen die ik niet kenden me op de expo vertelden hoe ze geraakt werden of dat ze er zo een deugd van hadden, raakte me het meest.
Nadia: In Absence heeft me weer heel erg doen ervaren dat de link tussen historische voorwerpen en hedendaagse dingen werkt. Zodra die historische werken in relatie staan tot hedendaagse dingen winnen ze aan een soort frisheid en worden ze weer concreet, komen ze tot leven. En omgekeerd is het ook interessant om te zien hoeveel dingen die je beschouwt als vernieuwend of die je ziet als iets dat van nu is, dat daar een gelaagdheid in zit. Dat daar een traditie achter zit.
Karen: Ja, ik vind het altijd een grote meerwaarde om het hedendaagse aan iets historisch te koppelen. Daardoor kan je de relevantie van het historische weer duiden. We zijn namelijk al te snel geneigd om rituelen overboord te gooien maar ergens merk je dan weer dat je die toch weer op een andere manier gaat zoeken. We hebben er gewoon nood aan om in groep bij grootse dingen en persoonlijke verhalen stil te staan en er samen iets mee te doen. Dat gebeurde in In Absence, via de expo, de workshops, de lezingen met kunstenaars, ontwerpers, studenten, zorgverleners en bezoekers van de expo.

“Via al die toevalligheden en ontmoetingen die ontstonden heeft de tentoonstelling ons meegenomen in plaats van omgekeerd.”

In Absence als een memento vivere
Karen: We wilden tonen dat er in verlies/rouw en de bewerking ervan een bepaalde schoonheid schuilt. Het was niet de bedoeling dat bezoekers depressief naar huis gingen.
Nadia: Dat zit voor mij mooi vervat in het werk van Alice Frey, ‘Mijn laatste reis’, dat we in bruikleen kregen van het MSK Gent, waarvoor we ontzettend dankbaar zijn. In dat werk komt veel van de expo samen: zoals de bloemen, zoals aspecten van kleding. Bovendien zit er tegelijkertijd een idee van begin en een idee van een einde, een zekere berusting, in. Op die manier verweeft het op een zeldzame manier ook een bepaalde vrolijkheid. Alice Frey stelt zich in het werk haar eigen begraafstoet voor. In die zin is het een soort afsluiting. De idee dat een begrafenis ook een soort viering mag zijn van een goed leven. Maar tegelijkertijd anticipeert ze natuurlijk op haar eigen dood en denkt zij na over wat dat zou zijn. Je kan het zien als een eindproces van een reflectie op de dood maar je kan het ook zien als een begin. In de zin van een reflectie over de betekenis van het leven, nu ik heb stilgestaan bij het feit dat we allemaal gaan sterven. En misschien is dat ook de waarde van zo een expo dat je daarbuiten gaat en je des te bewuster bent van het feit dat je leeft. Anke Land, een van de deelnemende kunstenaars, verwoordt dat ergens treffend dat een memento mori ook een menento vivere is: een herinnering dat je ten volle moet leven. En dat zat heel mooi in dat werk en de expo vervat.

Een tentoonstelling die meer werd dan de som van de delen
Nadia: Mij is heel erg bijgebleven dat al die verhalen zo met het leven verknoopt zijn. Ik voel me rijker dan voor ik met al die verhalen in aanraking ben gekomen.
Karen: Er zijn heel veel werken die vertrokken van een persoonlijk verhaal, denk aan Jo Klaps, Ellen Vrijsen, Daan Gielis om maar enkele te noemen, maar die wel zo gemaakt zijn dat ze leesbaar zijn door veel meer mensen, waardoor het een universeel verhaal wordt. Je merkt dat de mensen zich er in herkennen. Het wordt meer dan een persoonlijk verhaal.
Ook breder geldt dat voor In Absence. In Absence is door heel wat mensen op een hoger niveau geraakt. Het blijft niet bij 1 verhaal. Ik denk bijvoorbeeld aan alle collega’s die niet alleen werk ter beschikking stelden, maar die ook vrijwillig suppoostopdrachten op zich namen. Ik denk aan studenten die persoonlijke verhalen omzetten in illustraties, wat voor velen zoveel betekende. Ik denk dan aan de samenwerking met musea, galeries en met Sereni. Het geheel werd zo meer dan de som van de delen.
Bovendien is In Absence, net zoals bij een ontwerpproces, een tussenpunt. Het had een deadline, en daardoor een eindpunt. Maar dat eindpunt is weer een beginpunt.

Tekst Let Dillen
Foto’s © Caroline Barberis, Tania Mertens