Ook de patiënten die het niet halen, blijven mij ontroeren

by | apr 25, 2022 | Interview, Zorg | 0 comments

Waardoor laat hematologe Tessa Kerre (48) zich ontroeren? Zonder twijfel haar patiënten, maar ook een doorbraak in wetenschappelijk onderzoek, de gouden medaille van Nina Derwael of het werk van Berlinde De Bruyckere raken haar tot in het diepste van haar ziel.

“Ik raak zo gemakkelijk ontroerd. Mijn man zit vaak liefdevol geamuseerd te kijken: is het al prijs? Als ik een film kijk. Of bij de gouden medaille van Nina Derwael op de voorbije Olympische Spelen. Dat heeft mij enorm gepakt. Omdat je weet wat daarachter zit: de passie, de inzet, het afzien en volharden. En op het moment van die medaille komt dat allemaal samen. Dus ja, ik bleit regelmatig van ontroering. Ook bij kunst. Het werk van Berlinde De Bruyckere, voor mij één van de grootste kunstenaressen ooit. Die schoonheid ontroert me mateloos.”

“In mijn job liggen de emoties natuurlijk altijd op de loer. Maar daar houd ik de tranen tegen. Ik heb nog nooit geweend bij een patiënt. Niet omdat het mij niet raakt, maar omdat in die rol een spontaan filtertje naar boven komt. Gelukkig. Een dokter die zit te snikken aan je bed, daar heb je niet veel aan als patiënt. Ik ben wel een zeer betrokken arts. Ik beschrijf mezelf wel eens als een ‘verpleegster in doktersjas’, omdat ik soms meer affiniteit voel met de positie van de verpleegkundige, die zeer dicht bij de patiënt staat, dan met die van de arts, bij wie er soms meer afstand is.”

Tomatenzaadjes

“Ik vind het vermogen om makkelijk ontroerd te worden een meerwaarde in mijn job. Ik denk dat je als arts meer impact kunt hebben als je méér bent dan de pure medicus die zegt: dit zijn jouw bloedwaarden en dat is de beste therapie. Tijdens de consultatie probeer ik het altijd ook over iets anders te hebben dan alleen maar de ziekte. Hoe gaat het met de kinderen? Wat wil je graag studeren? Door de mens te leren kennen en een relatie op te bouwen, valt er een drempel weg om dingen uit te spreken. Het kan er zelfs voor zorgen dat er een andere therapie gekozen wordt dan degene die volgens de boekjes ‘de beste’ is. Misschien zit er iemand voor je die levenskwaliteit belangrijker vindt dan een langer leven. Een oudere actieve vrouw die nog veel wil doen, kun je niet vergelijken met een jonge vader die er de meest vreselijke bijwerkingen voor over heeft om zo lang mogelijk bij zijn kinderen te kunnen zijn. Ik probeer altijd te peilen naar hoe mensen zich echt voelen. Dat zorgende, dat ‘de mensen echt graag zien’, heb ik heel erg in mij. Misschien ook door het feit dat ik als kind zelf zwaar ziek ben geweest. Ik heb veel tijd in het kinderziekenhuis van het UZ Gent doorgebracht. Het is een keer

kantje-boordje geweest. Het zou kunnen dat die

ervaring een ‘andere’ dokter van mij heeft gemaakt. Soms ga ik ook iéts anders met mijn patiënten om. In mijn vrije tijd kweek ik tomaten. Ik heb eens zaadjes gegeven aan een patiënt, omdat ik voelde dat het ook hem deugd zou kunnen doen. Toen ik een mail kreeg met een stand van zaken en foto’s van zijn mooie rijpe vruchten, heeft dat me ontroerd.”

Een kans om te leven

“Ziekte en nakend afscheid brengen veel verdriet, maar kunnen tegelijk voor een vorm van schoonheid zorgen. Bijna alle euthanasieën die ik heb meegemaakt, zullen me bijblijven als mooie en serene momenten. Het is zwaar en triest, maar als je voelt: deze mens heeft dit moment gekozen, hij kan nog zeggen wat hij wil tegen de mensen die hij graag ziet, dan is dat ook zeer mooi. Of de patiënt bij wie ik de laatste avond van zijn leven de kamer ben binnengestapt. Ik twijfelde. Zal ik zijn laatste momenten met zijn echtgenote niet verstoren? Maar het was zo ontzettend mooi. Er is geweend. Maar ook gelachen, tot tranen toe. Om de schone grappige anekdotes die hij vertelde. En de liefde die hij uitsprak voor zijn vrouw.”

“Wij moeten natuurlijk zeer vaak afscheid nemen. Bij acute leukemie en stamceltransplantatie verliezen we gemiddeld één patiënt op twee. Ik ben niet immuun

geworden voor de dood, het blijft me raken. Maar ik bekijk een overlijden niet als een persoonlijk falen. Ik bekijk het zo: wij behandelen mensen die levensbedreigend ziek zijn. Zonder behandeling gaan ze dood. Wij kunnen hen een kans bieden om te leven. Je weet niet altijd zeker of je de juiste keuze hebt gemaakt, maar als je kunt zeggen: ik heb er alles aan gedaan, gegeven wat ik kon, gebaseerd op wetenschappelijke kennis en

ervaring, dan kun je jezelf nooit iets verwijten.”

“Ook als ze er niet meer zijn, blijven patiënten mij

ontroeren. Soms popt er iemand op in je hoofd. Dan denk ik: wat een bijzonder mens was dat. Of je krijgt een kaartje van de nabestaanden. Of ze laten weten: we hebben onze vis Tessa genoemd. (lacht) Maar ook de ‘overlevers’ bezorgen mij kippenvel. Iemand die zeer ziek is geweest die in volle gezondheid voor je zit op controle. Of het leven dat verdergaat: iemand die afstudeert of trouwt. Soms word ik uitgenodigd op een trouw of een verjaardagsfeest. Of op de ‘tweede

verjaardag’, de verjaardag van de stamceltransplantatie. Ik vind het fantastisch, maar ik ga er niet op in. Het is een grens die ik getrokken heb. Mijn job heeft sowieso al een gigantische impact op mijn privéleven. Ik werk veel. Mijn zoon, nu 21, en mijn man moeten me vaak missen. Dus naar de ‘leuke’ festiviteiten ga ik niet. Naar een begrafenis soms wel. Niet vaak. Maar soms voel ik de noodzaak. Als het proces intens is geweest, en ik de nood voel om het op die manier af te sluiten.”

Woeste landschappen 

“Ik vind ook ontroering in de wetenschap. Ik heb altijd een grote drive gehad om onderzoek te doen. Ik ben daar best koppig in. Op een moment dat de meerderheid er nog niet in geloofde, heb ik me vastgebeten in T-celtherapie, een therapie waarbij in witte bloedcellen een nieuwe genetische code wordt aangebracht, zodat die cellen toch in staat zijn om kankercellen te herkennen en te vernietigen. Wat er door je heen gaat als je een wetenschappelijk succes boekt, is moeilijk te

beschrijven. Ik heb een paar keer gedacht: waar mag ik hier toch getuige van zijn? Mensen helpen is mijn absolute drive in het leven. Enkel doen wat er al is en daarmee tevreden zijn? Dat is iets wat me moeilijk valt.”

“Zelfs na al die jaren blijf ik ook ontzettend geraakt worden door de veerkracht van een lichaam. Hoe de ziekte en de behandelingen een lichaam helemaal kapot kunnen maken, en dat het dan toch weer herstelt. De natuur ontroert mij sowieso. Mijn tomaten in de zomer. Hoe die grote planten met impressionante, heerlijke vruchten uit een onooglijk zaadje komen. Of de zee, die mooie zee. Of de weidse landschappen van Amerika. Na een dagtocht bovenkomen op een berg, rondkijken en niets anders kunnen dan stil worden. Dat helpt ook om te relativeren. Wie zijn wij eigenlijk? Al moet dat je natuurlijk niet tegenhouden om grootse dingen te willen doen.”

Tekst door Annelies RuttenFoto
© Bruno Bollaert

Andere artikelen

0 Comments

Reactie nalaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.