Nu heb ik de moed gevonden me kwetsbaar op te stellen.

by | sep 18, 2023 | Magazine #7 | 0 comments

Dit jaar gaf dichter en boekhandelaar Johanna Pas twee nieuwe dichtbundels uit, ‘Was, of Hoe ik mijn huid verloor’ en ‘Voor mij alleen’. Ze werkt intussen aan een derde.
Haar bloeiende creativiteit staat in schril contrast met haar zieke lichaam. De afgelopen negen maanden leverde Johanna een intensieve strijd met een tumor in haar lever. Een strijd die ze niet kan winnen, maar die ze zo traag en aangenaam mogelijk wil laten verlopen. Ze heeft de deuren van haar queer boekhandel ‘Kartonnen Dozen’ gesloten, om de tijd die haar rest te besteden aan rusten, liefhebben en schrijven. “Kanker stelt alles op scherp: wat wil ik in dit leven écht nog gedaan hebben?”

Achter de gevel van een rijhuis in Deurne, bevindt zich wat Johanna zelf “haar schrijvershol” noemt. Kasten vol boeken vormen de muren van de plek waar Johanna zich de afgelopen maanden terugtrok. Haar korte haren en vermoeide blik verraden de ziekte die zich van haar lichaam meester maakt. Maar haar ziel en levenslust krijgt ie niet te pakken. “Ik werk momenteel aan een sprookje” vertelt ze. “En deze tarotkaarten met al mijn korte gedichten zullen in juni verschijnen.” Ze legt de kaarten op tafel. De klassieke afbeeldingen en symbolen zijn vervangen door gedichten en de vier natuurelementen. De symboliek van de terminale dichter die tarotkaarten ontwerpt om de toekomst te bevragen, ontgaat haar niet. “Al is tarot voor mij vooral een instrument om je intuïtie aan te boren en het antwoord uit jezelf te laten komen.” We besluiten de kaarten de grootste vraag te stellen waar Johanna mee worstelt: ‘Hoe ga je om met de eindigheid van je leven?’

Kaart 1: Dit is waar het om gaat:
‘Als ik daarheen ga
zal niemand mij volgen
als ik niet spreek
zal niemand mij horen
de eenzaamheid zal absoluut zijn’
(Lucht, nr. 2)

 

“Deze kaart beschrijft goed de kern van het gevoel waarmee ik worstel: Ik moet me overleveren aan het ziekteproces en de medische behandeling. Het is een zoektocht, zowel fysiek als mentaal, naar een manier om dat goed te kunnen doen. Soms ben ik heel kwaad. De diagnose werd gesteld vlak nadat de Covid-19 pandemie eindelijk voorbij was en we weer leuke plannen konden maken. Die moesten dus meteen weer opgeborgen worden. De agenda werd gevuld met tweewekelijkse chemosessies. Maar het moeilijkste vind ik die eenzaamheid. Je gaat als mens alleen door je ziekteproces en je kan je dan ook echtverliezen in dat gevoel. Je kan je dan opsluiten en niemand meer toelaten. Zo is het gegaan bij mijn vader toen hij Parkinson kreeg: er werd binnen ons gezin niet over gesproken. Met die ingesteldheid ben ik dus opgevoed: omerta over ziekte. ‘Als je er niet over praat, dan bestaat het niet’. Maar dan wordt een mens nog eenzamer. Het helpt me net om er met mensen over te kunnen spreken. Dan ben ik niet helemaal alleen.”

Kaart 2: Dit is wat je niet moet doen: “Zal je braaf zijn
vroeg ze zacht
en ik zei nee
dat zal ik niet”
(Vuur, nr. 4)

“(lacht) Ja! Eigenzinnig zijn, je ding durven doen, niet te braaf en volgzaam zijn. Ik ben daar zeker voorstander van. Er wordt ook gezegd: “Moeilijke patiënten genezen beter”. Ze bedoelen daarmee dat het goed is om als patiënt opmerkzaam en kritisch te zijn. En dat klopt wel. Zo bleek enkele maanden geleden dat de chemo die ik kreeg, niet aansloeg. Ik voelde dat ook: ik werd zieker en zieker, kreeg een longontsteking en moest opgenomen worden in het ziekenhuis. Het ging mis. Ik heb toen aangedrongen om een extra afspraak te krijgen bij mijn oncoloog. Gelukkig heb ik een arts die dat ook op prijs stelt. Hij geeft me alle informatie die ik vraag en betrekt me bij de medische keuzes die gemaakt moeten worden. Hij heeft toen uitgelegd dat ik een hormonale kanker heb, maar dat die zich gedraagt als een triple-negatieve kanker. Er waren drie mogelijke scenario’s denkbaar en we hebben samen bepaald welke weg we zouden inslaan. Er werd overgestapt naar een ander type chemo en die slaat nu gelukkig wel aan. Als patiënt moet je je dus tegelijkertijd overleveren aan je ziekte en de behandeling, maar toch ook blijven luisteren naar je lichaam en assertief durven zijn. En dus inderdaad: niet te braaf.
Toen ik voelde dat het mis ging, was dat wel beangstigend. Ik heb toen geprobeerd om te hopen op een goede uitkomst. Niet omdat ik geloof dat hoop een magische medicijn is dat mensen kan genezen. Ik word niet meer beter en dat is een realiteit waarmee ik moet omgaan. Maar hoop geeft wel positieve energie. Er zijn verschillende niveaus van hoop, die je toch kan combineren met de realiteitszin. Als je hoopt dat je chemo zal werken, dan ben je op dat moment alvast blijer dan als je ervan uitgaat dat het niet zal werken. Als je niet hoopt, dan ben je al ongelukkig en is de tijd die je rest veel minder kwalitatief. En het zal de klap niet minder hard maken, wanneer zou blijken dat je gelijk hebt. In die zin vind ik hoop erg belangrijk.”

Kaart 3: Dit is wat je moet doen: “Het is zo’n overdaad
aan onvergeten dingen
die op de bodem
van mijn voeten ligt
dat ik bij elke stap
die ik verzet de grond
voel trillen”
(Aarde, nr. 9)

“Oh, interessant. Deze kaart heb ik al vaak getrokken. Meestal verwijst die bij mij naar een soort melancholie. De zwaarte van het leven is voor mij het feit dat alles wat je doet gevolgen heeft. Dat gaat over grote, maar ook dagdagelijkse zaken: “Neem ik een plastieken flesje of een herbruikbare fles?” Elke beslissing die je neemt, heeft een impact op de wereld en de levens van andere mensen. Dat voelt voor mij aan als een zware verantwoordelijkheid. Als kind en jonge activist had ik daar veel last van: ik werd overweldigd door de eindeloosheid van problematieken die aangepakt moesten worden. De klimaatopwarming, racisme, homofobie, armoede, seksisme, en ga zo maar door. De boekhandel was een gezonde manier om daarmee om te gaan. Ik kon iets heel concreet doen: boeken verzamelen en aanbieden rond LGBTQ+, racisme, ecologie … Wat ik deed had een ripple effect naar de levens van vele anderen. Zo kon ik iets positiefs betekenen, in plaats van vechten tegen zaken die moeilijk te veranderen zijn.

Maar in deze positie verwijst de kaart dus naar iets anders. Die ‘onvergeten’ roept wel bij me op dat ik deze periode veel schrijf, om iets te kunnen achterlaten. Ik heb de winkel moeten sluiten omwille van mijn ziekte, maar ergens heb ik daar ook wel altijd wat op ‘veilig’ gespeeld. Als je boeken verkoopt, heb je geen tijd om er zelf te schrijven. En als je niet zelf schrijft, stel je je niet kwetsbaar op. Nu heb ik de moed gevonden om dat wel te doen. Ik geniet van het creatieproces en hoop dat anderen iets hebben aan het resultaat. Als ze het maar niets vinden, dan is dat ook zo. Ik laat me veel minder leiden door wat anderen zouden kunnen denken. Door mijn persoonlijke teksten neer te pennen, wil ik ook proberen die positieve impact te hebben. Dat is een menselijke behoefte, denk ik. En als ik er niet meer ben, blijft mijn werk nog voortbestaan.”

Kaart 4: Dit is waar dat toe leidt:
“Wanneer ik rook
kan ik
mijn adem zien
weet ik
dat ik de lucht verplaats
een deel ben
van de dingen
dit huis opvul
iets achterlaat
dat anders is
dan hoe het was”
(Vuur, nr. 8)

“Voila, dat ligt in het verlengde van wat ik net zei. Iets willen achterlaten, veranderen, betekenen. De term ‘huis’ roept bij mij ook een beperktheid op. Door mijn ziekte kan ik niet meer ver weg gaan. Ik kan niet ver stappen of fietsen. Dus ik beweeg me in een kleine kring in en rond mijn huis. Maar van nature ben ik een introvert en vertoeven in mijn schrijvershol vol boeken, afgesloten van de wereld, daar word ik ook best gelukkig van. Al ga ik ook regelmatig een huisje in de natuur opzoeken, en daar kan ik me dan weer heel vrij voelen en mijn ziekte wat meer in perspectief zien. Daar word ik omgeven door de natuurelementen: het bos, de lucht, de wind… Het doet me telkens beseffen hoe nietig we als mens zijn. Dat mijn ziekte een ramp is voor mij persoonlijk en voor mijn dichtste kring, maar uiteindelijk moeten we allemaal op een bepaald moment sterven. Enkel de wereld blijft ronddraaien. Als mens, zeker in het Westen, hebben we het gevoel dat we controle hebben over ons leven. Veel is tot in het kleinste detail georganiseerd. Met een vingerknip bestel je éénder wat je wil vanuit een lukrake plek en wordt het bij je thuis afgeleverd op het moment dat jij kiest. Alles lijkt zo maakbaar en binnen handbereik. Ik besef ten volle dat ik al enkele keren dood geweest zou zijn, mocht ik in een ander land of tijdperk geboren zijn geweest. Maar eeuwig kan een mens de dood niet uitstellen. Ooit keer je terug naar die natuur. Ik ben een animist. Ik zie elke mens als een uniek glaasje water dat uit de zee geschept is en er nadien weer ingegoten wordt. Je wordt weer deel van de natuur, wanneer je uitgestrooid of begraven wordt.”

Alle info over het werk van Johanna Pas, vind je op www.johannapas.be

Tekst Sofie Peeters
Foto’s © Filip Naudts