Het leven heeft pas zin als er plaats is voor zottigheid.

by | sep 12, 2022 | Getuigenissen, Interview, Interview | 0 comments

Filmmaker Jan Bucquoy over de filmische ode aan overleden dochter Marie

Tedere anarchist, kunstenaar, regisseur, vader. Jan Bucquoy (76) is het allemaal. Toch heeft hij lak aan hokjes en laat hij er zich niet in duwen. Hij huldigt de schaarse leuke dingen in het leven en vindt dat iedereen het recht heeft om eruit te stappen als hij of zij dat wil. De zelfdoding van zijn dochter Marie (2008) sloeg desondanks in als een bom en de pijn van het verlies blijft: “Wie me dierbaar is, wil ik het liefst dicht bij me houden.”

Als kind hebben ze ons destijds iets anders verteld: dat het leven eeuwig was en dat je na de dood naar de hemel of de hel ging.

We ontmoeten Jan Bucquoy in de lente, op het terras van een Brusselse brasserie. De release van ‘La dernière tentation des Belges’ is achter de rug. In die film maakt Bucquoy op een verrassende manier de balans op van de verstandhouding met zijn overleden dochter Marie. Wim Willaert vertolkt de rol van Bucquoy, Alice Dutoit figureert als zijn dochter. Anderhalf uur lang zie je hoe een vader met de moed der wanhoop een kind aan boord probeert te houden, door te vertellen hoe leuk het leven is als je het zelf leuk probeert te maken. Wie dat niet doet en er liever een punt achter zet, krijgt van Bucquoy desondanks begrip. Tout le monde a le droit de partir quand il veut, zo luidt zijn motto.

‘Ik zie niet in waarom we er niet uit zouden mogen stappen’

“Het leven is eindig, daar ben ik van overtuigd”, zegt Bucquoy met een glimlach wanneer we elkaar ontmoeten. “Als kind hebben ze ons destijds iets anders verteld: dat het leven eeuwig was en dat je na de dood naar de hemel of de hel ging. Dat geloof blijft overeind in deze tijden, maar het is niet meer aan mij besteed. We zijn niet specialer dan andere diersoorten en we zijn hier tijdelijk, punt. Bovendien doen we de planeet waarop we leven nogal wat aan, zoals er met de auto op rondrijden… (lacht). We weten intussen dat de wereld daar niet voor gemaakt is en dat we door ons gedrag, mee de eindigheid in de hand werken. Als mensen van dit tijdelijke scenario niet echt kunnen genieten, zie ik niet in waarom ze er niet uit zouden mogen stappen.”

De stelling is kras, zwart-wit zelfs. Maar de manier waarop Bucquoy ze poneert, laat ruimte voor discussie. Hij vindt dat wie jong wil sterven, even veel ondersteuning verdient als wie lang wil leven. Bucquoy
blijft ondanks die eigenzinnige kijk goedlachs en veroordeelt wie anders denkt, niet. Zelfdoding vindt hij een basisrecht. En toch valt het hem zwaar dat zijn dochter vroegtijdig voor zo’n einde koos.

Jan Bucquoy: “Als je merkt dat je naasten een zelfmoordreflex hebben, dan ga je daar tegenin. Ik dus ook. Wie me dierbaar is, wil ik het liefst dicht bij me houden. Het is een immense contradictio in terminis, besef ik. Ik gun iedereen het geluk, dat kun je afleiden uit de films die ik heb gemaakt. In ‘La dernière tentation des Belges’ wil Wim/Jan zijn dochter dat geluk helpen terugvinden. Het was immers hoe Marie zelf in het leven stond: gelukkig, op haar manier, ondanks alles. Ze was moeder, ze was fotografe, haar werk liep aardig na een aantal hindernissen. Ik ging ervan uit dat het volstond om de miserie die haar te beurt viel, een plek te geven. Toch had ze al meermaals aangegeven dat ze eruit wou stappen, die signalen waren er al van kleins af aan. Als vader was ik er hoegenaamd niet blind voor. Ik koesterde voortdurend de gedachte dat ze niet tot de daad zou overgaan zo lang ze een doel had. Ik heb haar noodkreten de laatste jaren dus wat genegeerd vanuit een goedbedoeld vertrouwen. Iets van: ach, ze zal het vast niet doen.”

Er is altijd spijt

Dat Marie uiteindelijk wel uit het leven stapte, kwam voor Bucquoy als een mokerslag. Hij geeft toe dat hij niet altijd de meest aanwezige vader was voor zijn dochter en dat speelt hem nog altijd parten.

“Er is spijt, uiteraard. Ik denk vaak aan de argumenten die Marie aanhaalde om haar doodswens te verdedigen. Ze had het moeilijk met de vele dingen die ‘anders’ waren gelopen in haar leven. Ze had geen doorsnee jeugd gekend met een huisje, een tuintje, een vader en een moeder. Het zat haar dwars dat ze het klassieke sociale leven miste, zo’n patroon dat inherent is aan elk huwelijk. Je mist het als het er niet is, maar je ‘veroordeelt’ jezelf tegelijkertijd tot een zekere saaiheid als het er wél is. Marie zat in die gedachte gewrongen en zag geen uitweg meer.”

De zelfdoding van Marie haalde het leven van Bucquoy overhoop, maar bitter is hij er niet door geworden. Hij heeft zeven kinderen en vadert vandaag over een zoon van 12.
De moeder overleed op jonge leeftijd aan pancreaskanker. Bucquoy is dus ‘single dad’ op pensioen- gerechtigde leeftijd en heeft het verhaal van Marie liefdevol geboetseerd tot een eerbetoon, propvol fantasie.

“Ik heb altijd films gemaakt over mijn eigen leven”, zegt Bucquoy. ‘La dernière tentation des Belges’ hoort perfect in dat rijtje thuis. Maar het verhaal van Marie vertellen, heeft me niet gelouterd. Integendeel.
Ik moest in het verdriet over haar overlijden graven, het gemis oprakelen. Dat is geen evidentie omdat alle emoties weer opborrelen. Daardoor is het ongetwijfeld de meest emotionele film uit mijn carrière geworden. Ik heb het geheel vanop een zekere afstand vorm gegeven, als stilistische prent. De kijker ziet geen bloed vloeien, er is geen gruwel. Ik vertel een universeel verhaal van een vader en een dochter. Zij zegt: het leven trekt op niks. Hij zegt: dat is waar, maar je kunt dingen uitsteken om het leuker te maken. Het leven heeft volgens mij pas zin als er ge-noeg plaats is voor die zottigheid.” Om een streep zottigheid zit Bucquoy zelf alvast niet verlegen. Hij pleegde in het verleden meerdere
‘mislukte’ staatsgrepen, opende een slipmuseum in Brussel en maakte een seksueel getinte Kuifje-strip. Hij blijft op elk moment de anarchist die lak heeft aan machtsstructuren en ondanks tegenslagen, humor in de dingen ziet. Bovendien is hij zich meer dan ooit bewust van zijn eigen sterfelijkheid.

Bucquoy: “Het zijn nu misschien mijn laatste dagen hier … (schatert). Neen, serieus: het leven is eindig, het kan voor iedereen op elk moment gedaan zijn. Net daarom blijft die levensdrang bij mij toch groot. De tijd hier is beperkt, we moeten het ervan nemen. Het overlijden van mijn dochter was immens triest en ik denk er elke dag opnieuw aan, maar het leven blijft in mijn ogen ook ‘grappig’. Humor is het beste wapen tegen de absurditeit en tegenslagen die ons te beurt vallen. Marie noemde mij daarom een revolutionaire clown die het evenwicht wou terugbrengen in de wereld. Ze voegde eraan toe dat ik daardoor onbewust bijdroeg aan het systeem dat ik verfoei. Ze had gelijk.”

‘Vertellen als een vorm van escapisme’

Dat ‘systeem’ heeft volgens Bucquoy vele gezichten. Hij hekelt het financiële onevenwicht in de wereld en het feit dat enkelingen zich verrijken of onsterfelijk wanen. Ook de kerktorenmentaliteit die hij als jongeman in zijn geboortedorp Harelbeke ervoer, laat hij liever achter zich. Door verhalen te vertellen en films te maken, kon en kan hij in een eigen wereld duiken waar hij zich het best in voelt.

“Als mannetje van acht jaar entertainde ik al grote gezelschappen door te vertellen. Het was eigenlijk een vorm van escapisme, daarom ben ik later Frans gaan studeren in Moeskroen. Vertellen was
de ultieme manier om aan de beklemmende realiteit te ontsnappen. Toen ik via-via het werk van Hugo Claus ontdekte, was dat een openbaring. Van mijn generatie werd immers verwacht dat de zoon in de voetsporen van de vader trad: gaan metselen, stucwerk per vierkante meter aanbrengen, ik zeg maar wat. De wereld die ik ontdekte door mijn studies, stond daar compleet haaks op. Ik heb het op een andere manier gedaan dan de meesten en ik heb daardoor de stabiliteit van een huis-gezin misgelopen, maar in ruil is mijn verbeeldingskracht wel gevoed.”

Met die verbeelding werkt Bucquoy aan een nieuw filmproject, dat even eigenzinnig en verrassend als de voorgangers zal zijn. Intussen is er nog de tienerzoon die een vader in de buurt nodig heeft. Voor hem blijft Bucquoy doorgaan, geeft hij toe. Hij is niet van plan de keuze te maken die Marie destijds heeft gemaakt.

Bucquoy: “Wat is het doel van oud worden? We moeten ons daar vra-gen bij kunnen stellen. Als je ziet hoe sommige ouderen op het eind van hun leven wegteren, en hoe het dan soms fout loopt in voorzieningen… dat kun je geen droomscenario noe-men. Niemand tekent daarvoor. Als mensen er op een gegeven moment uit willen stappen, vind ik dat het op de minst wrede manier moet kun-nen. Maar zelf kies ik niet voor mijn eigen dood, neen. Ik blijf ondanks al-les een echte levensgenieter en mijn emoties gaan, net zoals het leven, alle richtingen uit. Weet je, sommige generatiegenoten zijn vaak al bezig met hun einde voor te bereiden. Ik niet, al heb ik er wel jaren van gedroomd om mezelf of te blazen in het bijzijn van een dictator. Zo’n roemrijk einde, dat ligt me wel!
(lacht) En als je daarbij fronst, voeg ik eraan toe: we kunnen op sommige momenten beter meer homo ludens dan homo sapiens zijn. De spe-lende mens. Wat stelt ons leven op kosmisch niveau voor? We kamperen hier hoogstens. We zitten ergens en nergens en op een dag verdwijnen we weer. Spelen maakt het leven
– hoe kort en moeilijk het ook is –leuker. Dus dat doe ik.”

Tekst door Benedikte Van Eeghem
Foto © Herman Van Laere

Andere artikelen

0 Comments

Reactie nalaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.