Ik ben de wind niet, ik kan niet eeuwig blijven waaien

by | jan 31, 2023 | Magazine #5 | 0 comments

Mensen toedekken, omarmen, inmantelen: dat is wat kunstenaar Ilse Van Roy in coronatijden deed met ‘Je ne suis pas le vent’. In samenwerking met Sereni breide en borduurde Van Roy sjaals die op een unieke manier vertelden over het levensverhaal van bewoners in woonzorgcentra. “De dood zit heel erg verweven in mijn oeuvre. Omdat ik vaak met textiel werk, heb ik de opdracht met dit gelaagde en fragiele medium, in volle overtuiging aangenomen.”

Januari 2021. In volle lockdown ontvangen Denise en Juliaan, twee bewo-ners van een Brugs woonzorgcentrum, een unieke gepersonaliseerde sjaal van kunstenaar Ilse Van Roy. De stukken zijn zowat twee bij twee meter groot, hebben een zachte kleur en zijn versierd met gestileerde, abstracte borduursels. Het zijn twee realisaties uit het project ‘Je ne suis pas le vent’, dat kunstenaar Ilse Van Roy en Sereni samen vorm hebben gegeven. Het verhaal leeft tot op vandaag verder.

Ilse Van Roy: “De dood zit heel erg verweven in mijn werk. Toen ik via Sereni het verzoek kreeg om iets te creëren waardoor we mensen nauwer betrekken bij afscheid nemen en de dood, heb ik niet echt getwijfeld. Ik gebruik vaak glas, realiseer objecten en sculpturen. Parallel ben ik met textiel bezig en daar zag ik meteen de link voor ‘Je ne suis pas le vent’. Textiel stond en staat symbool voor omarmen, beschermen, inmantelen. Het zijn zaken die onlosmakelijk met het leven verbonden zijn. Niet alleen bij de geboorte word je in textiel gewikkeld en vastgehouden, bij het sterven is het net zo. Denk maar aan mummificatie of aan een begrafenis. De overledene wordt letterlijk toegedekt: eerst met textiel, dan met aarde. Daar heb ik voor dit project een eigen invulling aan gegeven.”

GEEN UNIFORME VERHALEN

Van Roy creëerde voor ‘Je ne suis pas le vent’ vijftien omvangrijke sjaals, die ook als deken gebruikt kunnen worden. Dat ze bedoeld waren voor bewoners van de woonzorgcentra, lag voor de hand.
Ilse: “Het idee kreeg vorm in volle COVID-periode, toen de bewoners hun familie niet meer konden zien. We hebben hen fysiek of telefonisch gecon-tacteerd, om stukken levensverhaal te verzamelen. In een aantal gevallen hielpen de zorg- en verpleegkundigen daarbij. Het is verbazend wat je in zo’n context allemaal te horen krijgt, hoeveel mensen kinderen hebben verloren, hoeveel dramatische feiten er zich in de loop der jaren hebben afgespeeld. Levens zijn geen ‘uniforme verhalen’, zoals we soms denken. Er hangt vaak een grote complexiteit aan vast. Je mag niet vergeten dat de bewoners die we aanspraken 80, 90 of ouder waren. Die hadden al ontzettend veel mee-gemaakt en zaten of zitten in de laatste levensfase. De titel ‘Je ne suis pas le vent’ verwijst daarnaar: ik ben de wind niet, ik kan niet eeuwig blijven waaien.”

Geen voor de hand liggende borduursels, maar een soort codetaal: die ver-werkte Van Roy op elk van de sjaals, waarvan elke oudere zelf de kleur had bepaald. Daardoor kreeg het eindresultaat een inspirerend karakter voor de senioren en hun naasten.
Ilse: “We wilden die levensverhalen niet zomaar verwerken in het geheel, ik ben ‘gecodeerd’ aan de slag gegaan. Zo was er een vrouw die twee van haar drie kinderen had verloren. Dat vertaalde ik door drie bollen te borduren waarvan er twee een andere kleur kregen. Een vrouw voor wie dansen ontzettend belangrijk was geweest, kreeg weer een andere code of ‘abstractie’. Ik heb elke sjaal gebreid in de kleuren die bewoners zelf kozen, wat zorgde voor een immens breed palet. De borduursels waren er een passende aanvulling op. In heel wat gevallen hielpen de sjaals de naasten, ondanks de eenzaamheid in coronatijd, om opnieuw het gesprek aan te gaan met de ouderen. Zo kwam hun unieke levensverhaal opnieuw centraal te staan.”

Alleen maar dankbaarheid: dat is wat de kunstenares ervoer nadat de sjaals werden afgeleverd. Haar stukken worden gekoesterd, zelfs over de dood heen.
Ilse: “De allerlaatste sjaal die ik voor ‘Je ne suis pas le vent’ creëerde, was voor een kunstminnende vrouw. Rosemarie had hopen cursussen gevolgd en een allesbehalve klassiek levenspad afgelegd. Haar sjaal maakte ik tijdens de tweede lockdown en ik kreeg na de aflevering een hartverwarmende telefoon van Rosemarie zelf. Ze was erg ontroerd door de creatie. Korte tijd later belde haar dochter me op. Ze vertelde dat haar moeder intussen was overleden en dat ze bij het opruimen een brief vond die Rosemarie aan mij gericht had. In bibberend handschrift had ze nog iets proberen neerpennen: “Geachte mevrouw Ilse Van Roy, hartelijk bedankt voor de prachtige sjaal…” Er waren wat woorden op het papier doorgehaald, ze had het duidelijk zitten oefenen maar heeft het briefje zelf nooit meer verstuurd. Haar dochter heeft dat gedaan en vertelde me dat ze haar moeder hadden begraven in de sjaal die ik had gemaakt. Op haar rouwprentje zie je Rosemarie, gewikkeld in de kleurrijke creatie. De frivoliteit met blauw, geel, rood… dat was ze helemaal en zo heeft de familie haar begraven, op haar eigen verzoek.”

HET MOOISTE IS DAT DIT VERHAAL WERKT

Van Roy geeft toe dat ze zelf niet onbewogen blijft bij de respons op haar werk en de gedachte dat haar realisaties mensen omarmen op hun laatste reis. Zo leeft het project verder en worden banden tussen mensen op een zachte manier, weer aangehaald.

Ilse: “Het mooiste aan ‘Je ne suis pas le vent’ is dat dit verhaal ‘werkt’. De de-tails in elk levensverhaal zijn van belang. Als de sjaal mensen heeft geholpen om weer dichter bij elkaar te komen, raakt me dat oprecht, net als die handgeschreven brief van de dame zelf. Kunst beroert, het brengt dingen dichterbij die we onderweg misschien zijn kwijtgeraakt.”

Intussen is het traject van ‘Je ne suis pas le vent’ afgerond, Ilse Van Roy broedt al op nieuwe plannen. Samen met Sereni bekijkt ze de mogelijk-heden om iets te doen voor jonge kinderen die palliatief zijn. Het wordt een verlengstuk van ‘Je ne suis pas le vent’ en daarbij komen een aantal essentiële vragen opnieuw aan bod: hoe gaan we om met de dood? Wat als die jonge kinderen treft? Hoe confronterend is dat?
Ilse: “Voor mij, als kunstenares en als mens, is het belangrijk dat de dood ook kortbij kan en mag zijn. Het is een deel van ons leven. Al breiend voor ‘Je ne suis pas le vent’ dacht ik daar vaak over na, net als over het levensverhaal van al die mensen en de codering die ik eraan kon geven. Dit draait niet om een promostunt voor mezelf of voor wie ook. We zijn voor dit project makers die met hart en ziel geloven dat we het verschil kunnen maken in hoe mensen tegen de dood aankijken. Of het nu gebeurt via de beeldende kunsten, muziek, theater of via lezingen met psychologen en medisch experten: we verbinden alle aspecten en voeren het debat op een duurzame manier. Het eindresultaat betekent voor iedereen een verrijking.”

De details in elk levensverhaal zijn van belang.

Tekst Benedikte Van Eeghem
Foto Filip Naudts