Het Connectief, waar verbinding mag groeien in verschillen en overeenkomsten.

by | mrt 11, 2024 | Magazine #9 | 0 comments

Jezelf herkennen, rolmodellen vinden in onze samenleving en in je eigen leefwereld draagt bij tot het mentale welzijn en de veerkracht. Zorgen voor die representatie, voor herkenning en verbondenheid tussen iedereen, is de missie van Het Connectief. Een missie die het ONTROERD magazine alleen maar kan toejuichen. Benieuwd naar meer gaan we in gesprek met Claire Van Trimpont, bezielster van Het Connectief.

Hoe is de idee voor Het Connectief ontstaan?

CLAIRE: Dat is een heel proces geweest, dat startte tijdens de COVID-periode. Die hele periode heeft me doen nadenken over de noden die ik bij mezelf voel en die ik ook terugvind in de samenleving. En die noden zitten voor mij heel erg in verbinding en veerkracht. We zaten toen noodgedwongen allemaal op ons eilandje en voelden aan den lijve dat het samenkomen en het samen delen van zaken ons ontbrak: net die zaken die ons als mensen enorm veel deugd doen. En zo ontstond de idee voor Het Connectief vanuit de vraag: ‘hoe kunnen we ons met elkaar verbinden in een samenleving zoals die er de dag van vandaag uitziet?’. Die vraag heb ik uiteindelijk vertaald naar verbindende ontmoetingen en inclusieve communicatie.

Hoe zijn vanuit die vraag de Verbindende Ontmoetingen gegroeid?

CLAIRE: Die ontmoetingen ontsproten vanuit twee ervaringen in die COVID-periode. Ten eerste miste ik toen toevallige ontmoetingen. Iemand die je tegenkomt, waarmee je een klik hebt, waarmee je een fijn moment, een fijne babbel hebt. Misschien kom je die persoon nooit meer tegen, misschien wordt het iets duurzaam. Maar telkens geven die toevallige ontmoetingen energie en voel je een grote verbinding. Daarnaast was er in die periode veel te doen rond mentaal welzijn en veerkracht. Voor mij zit welzijn niet in – zonder daar afbreuk aan te doen – naar de massage gaan, me-time inplannen, of de natuur intrekken, maar wel in het elkaar opzoeken. Dat gaat over de ‘kleine community’ die er vroeger was in een dorp en over hoe we die kunnen      vertalen naar de dag van vandaag. Dat gemeenschapsgevoel vind je bijvoorbeeld in       praatgroepen. Ik erken in die praatgroepen de sterkte van dat samenkomen, maar zie ook dat de kracht daarvan soms verdwijnt door de zwaarte van ieders persoonlijke anekdotiek. Ik wilde met Het Connectief wegblijven uit een samenkomen waarbij ieder het eigen      verhaal zonder meer brengt. Ik wilde naar die veerkracht en positiviteit van het leven. Specifiek daarvoor ben ik op zoek gegaan naar gepaste      methodieken. En die vond ik toevallig in een     combinatie      van mijn passies en elementen waar ik zelf veel aan heb:      de kracht van verhalen. 

De kracht van verhalen

CLAIRE: Die kracht van verhalen stamt al van eeuwen terug. Mensen kwamen samen rond het kampvuur, vertelden verhalen en zongen liederen. Die vorm van verbondenheid      wilde ik vertalen naar onze huidige tijd. Wanneer je naar verhalen luistert, kan het zijn dat je iets van jezelf herkent of dat het verhaal net ver van jou staat. In beide gevallen doet het iets met jou als mens. Je krijgt andere perspectieven aangereikt, je wereldbeeld opent zich en dat versterkt jou. Je beseft dat je maar een klein persoontje bent op de wereld en dat jij de zaken ziet vanuit jouw kader, en dat er daarnaast nog honderdduizend andere kaders zijn. Dat vond ik een heel sterke om vanuit te vertrekken      in de Verbindende Ontmoetingen. 

In zo’n verbindende ontmoeting kom je samen met gelijkgestemden en lotgenoten rond intense thema’s of gebeurtenissen. Dan kan ouderschap zijn, chronische pijn, klimaat, rouw…      Het zijn warme bijeenkomsten vol literatuur, muziek en rituelen. Zo een ontmoeting kan georganiseerd worden voor zowel groepen van mensen die elkaar al kennen als groepen van mensen die elkaar nog niet kennen. Het kan ook als teambuilding aangeboden worden, om je collega’s op een heel andere manier te leren kennen. De ontmoeting chronische pijn wordt soms ook gegeven voor praatgroepen. 

In de ontmoetingen vertrekken we van korte tekstfragmenten met verschillende personages. De selectie ervan is een hele evenwichtsoefening. Als ik een ontmoeting rond een bepaald thema voorbereid, lees ik veel. Ik probeer bij de selectie van tekstdeeltjes te kijken naar een evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke schrijvers, tussen schrijvers met     verschillende culturele referentiekaders… Juist die diversiteit brengt andere werelden binnen waardoor je eigen wereld opengaat. Opnieuw, zodat mensen zich in de fragmenten kunnen herkennen of net niet, zich kunnen verbinden met de personages of net niet: dat is de kern. Want de verbinding tussen mensen zit in wat we gemeenschappelijk hebben maar ook in de verschillen. Die verschillen zijn mooi, als je er naar wil luisteren: het is anders maar boeiend. 

Het is dus geen boekenclub waarin boeken gelezen moeten worden en geanalyseerd. Om naar de ontmoetingen te komen hoef      je totaal niet belezen te zijn of een boekenwurm te zijn. 

De kracht van samen eten 

CLAIRE: Ik zocht nog naar manieren om mensen verder dan dat talige te verbinden met elkaar. En dan komen we weer bij dat kampvuur     : mensen kwamen bij elkaar langs en aten samen. Samen tafelen en koken voor elkaar heeft iets enorm warm. We vergeten soms hoe belangrijk      dat is. In de ene cultuur vind je dat al meer terug dan in de andere.     Ik herinner me bijvoorbeeld      hoe mijn Marokkaanse buurvrouw na de geboorte van mijn zoon voor de deur stond met een grote Tajine. Dat is het mooiste geschenk dat ik gekregen heb in die periode, omdat iemand      de moeite nam      om voor mij      te koken. 

Het samen tafelen verbindt. Je maakt tijd voor elkaar. In de ontmoetingen geeft het tijd om uit het hoofd te gaan, uit dat rationele. Het samen groenten snijden of samen thee zetten wordt een klein ritueel, een rustmoment. Bovendien zorgt het er ook voor dat mensen na de ontmoeting blijven hangen. Het eten moet immers nog opgegeten worden. En op die momenten beginnen mensen op een heel losse manier met elkaar te praten. Mensen leren elkaar op een andere manier kennen: soms worden telefoonnummers uitgewisseld en krijgt de ontmoeting kans op iets duurzaams. 

Het samen koken zorgt ook voor vertragen. Er is bijvoorbeeld een ontmoeting waarbij twee mensen een recept krijgen dat in stilte met de groep moet klaargemaakt worden. Niemand mag iets zeggen, maar zij moeten er wel voor zorgen dat iedereen weet wat er gedaan moet worden. Of we zetten samen in groep thee. Er staan allerlei kruiden, waarvan ik de werking uitleg. Kruidnagel is pijnstillend, munt is goed tegen spanningshoofdpijn, rozenblaadjes goed voor het hart… Ik vertel die verhalen en die betekenissen. Het is de bedoeling dat de groep zoekt naar die kruidencombinatie waar zij op dat moment het meest nood aan hebben. Die specifieke groepsthee wordt      samen gemaakt en gedronken. Achteraf stuur ik      ook het receptje op. 

De kracht van muziek

CLAIRE: Mensen komen vaak uit een drukte binnen, zetten zich aan tafel, en ik verwelkom hen. Ik leg eerst uit wat we gaan doen en we      luisteren      naar muziek om de sfeer te zetten, rust te brengen. Ik schenk      een glaasje water voor iedereen en dan beginnen we. Hoewel muziek niet het meest cruciale element is in de ontmoetingen, zijn muziekfragmenten wel sfeerzetters. Soms komt er tussendoor ook nog muziek aan bod, altijd wel gelinkt aan het thema van de ontmoeting.

Hoe is het luik inclusief communiceren erbij gekomen? 

CLAIRE: Eigenlijk op dezelfde manier: het is één lijn. Wat ik in de ontmoetingen      probeer is dat iedereen ontdekt dat er in elk verhaal en elke ontmoeting     , altijd verhalen zijn waarin je je herkent en verhalen waar je je tegen verhoudt. En dat is ook zo in het grotere verhaal rond diversiteit en inclusie. Ik merk dat er nog altijd bevolkingsgroepen zijn die zich veel minder herkennen in alles wat gecommuniceerd wordt, in alles wat verteld wordt, in de reclame die er is, in de boodschappen die gebracht worden. Denk alleen nog maar in COVID hoe er gesproken werd over de gezinsbubbel. Daar is terecht veel commentaar op geweest. Er zijn nog nooit zoveel alleenstaanden geweest als de dag van vandaag en toch spreekt onze overheid over een gezinsbubbel. Dus voor mij zit dat in datzelfde zaadje: hoe gaan wij om met mensen, hoe zorgen we voor een representatie van iedereen in deze samenleving? Om je als mens gezien te voelen en geapprecieerd te voelen, is het essentieel dat je je herkent in wat er wordt verteld, of      dat nu van de overheid komt, van reclame komt, van boeken die geschreven worden: het maakt niet uit. 

Hoe inclusief vind jij dat er nu rond rouw en verlies geschreven, gepraat, gecommuniceerd wordt? 

CLAIRE: Wat je vooral merkt is dat de manier van rouwen heel gemedicaliseerd is: rouw verloopt in fasen. We proberen dat zo te vatten, in categorieën te steken, te classificeren om mensen te helpen, en ook wel omdat dat des mensen is. Maar je kan rouw niet over 1 lijn trekken. Misschien lopen de fases wel door elkaar of beleef jij je rouw op een heel andere manier. De manier waarop je iemand verloor of de ‘logica’ achter iemands overlijden, kan ook bepalend zijn voor hoe je rouwt.       Mensen kan je niet in hokjes steken. Onze geest wil dat wel, maar je kan dat niet doen.      Daarnaast wordt rouw een eindig verhaal, als je dat in zo een schema van fasen en stappen steekt – wat overigens een heel westers idee is. Voor veel mensen blijft het gemis altijd een deel van hun leven en van wie we zijn. En ik denk dat het ook belangrijk is dat je dat toelaat. Sommige mensen gaan nooit uit je hart, nooit. Bij sommige mensen is dat als een mooie herinnering, bij anderen blijft dat een steen. En dat mis ik heel erg in alle verhalen rond rouw en verlies. 

Dat vind ik wel meer terug in de fictie. Wat ik daarover een heel mooi boek vind, is Tonio van A.F.Th. van der Heijden. Hij schreef dat boek over      zijn zoon die gestorven is door een fietsongeluk. In het boek beschrijft hij het verleden en de toekomst die geweest had kunnen zijn en probeert hij die te reconstrueren. Het is een dik boek alsof hij blijft schrijven, alsof hij het leven wil afschrijven. En nu 13 jaar na het overlijden van Tonio heeft zijn moeder, Mirjam Totenstreich, ook een boek geschreven: Jij ontbreekt aan mij. Het gaat over het leven dat voortgaat: je viert kerstmis, maar het is zonder hem. Je poetst je tanden en het is zonder hem. Al die kleine dingen die je doet, je hele leven lang, blijven zonder hem. Ze voelt een soort comfort in dat verdriet: als ze dat verdriet niet meer voelt, is hij weg. Ik vind dat heel sterk dat zij zegt:’ dat verdriet is van mij, pak mij dat niet af’. Ik denk dat we rouw meer moeten kunnen zien als een deel dat er mag zijn. Een deel van je leven dat er mag zijn. En iets dat iedereen op een eigen manier mag beleven.

Heb je een boek rond dat rouw en verlies dat zo nog een buitenbeentje?

Ik heb er twee: ze zijn heel verschillend. Het ene is een recent boek Het huis dat pijn heet van Josefien Cornette. Zij legt de link van rouw en het leven met een handicap. We spreken altijd over rouw en verlies bij het overlijden van mensen, maar we hebben elk in ons leven die kleine of grote momenten van afscheid. We nemen soms niet genoeg tijd om al die mijlpalen in het leven af te ronden vooraleer we naar de volgende fase gaan. Josefien Cornette maakt mooi die link naar unieke rouw. Zij beschrijft hoe ze nu een geliefde verloren is, maar eerder al afscheid nam van een lichaam zoals dat ‘normaal’ gezien wordt door haar leven met een handicap. 

Het andere boek is van Max Porter Verdriet is het ding met veren. Dat is heel poëtisch en vol humor. Over rouw schrijven met zoveel humor. En tegelijk zo ontroerend. Dat is voor mij een van de mooiste boeken rond het thema.

Op jullie website zag ik de inclusieve kalender van Michael Page als een eyeopener. Zijn er zo nog kleine leuke dingetjes die je meegeeft aan organisaties, teams en personen rond inclusieve communicatie?

Wat ik altijd meegeef, is: maak veel fouten, maar sta open voor feedback. Want het is zo dat je leert. Het is niet door krampachtig te zijn en schrik te hebben voor fouten dat je iets leert. Daardoor zwijg je alleen maar. Het is ook niet door in de polarisatie te gaan van ‘we mogen niets meer zeggen’ of ‘pas op’ dat je iets leert. Neen, we mogen juist heel veel zeggen, maar sta gewoon stil bij de context waarin je iets zegt. Probeer naar dat midden te gaan: probeer te zoeken naar wat we gemeenschappelijk hebben en communiceer daarover. En maak eens vrienden met mensen die je niet leuk vindt of die je niet kent: volg op social media bijvoorbeeld mensen die op een heel andere manier denken dan jij.     

Zijn er teksten, verhalen die jou troost bieden?

Heel veel. Dat is erg afhankelijk van het moment in je leven, je leeftijd, welke troost je zoekt. Wat ik bijvoorbeeld mooi vind,      is De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy. Dat is heel poëtisch, dat is heel klein. Je kan het gewoon even openslaan en 1 pagina lezen. Je hebt ook De omhelzing van David Grossman. Maar soms kan ik gewoon troost vinden in een mooi verhaal, dat mij even uit mijn leven haalt en mij meezuigt in het leven van een ander. Dat kan om de esthetiek zijn of om het verhaal zelf. Er gewoon eens uitstappen, dat is iets dat ongelooflijk veel deugd doet      en belangrijk is. En dat hoeft niets groots te zijn. We zoeken het vaak erg groots, maar dat hoeft niet. 

Met Het Connectief maken wij ook jaarlijks een pakketje, meestal tegen het eindejaar. Ik noem het geen troostpakket maar dat kan het wel zijn. Daar steekt altijd een boek in – dit jaar is het Suzanne Grotenhuis Waar zijn de wolken. Ze      schrijft over een heel moeilijke periode in haar leven – een pasgeboren kind dat niet wil slapen en waarmee ze heel de tijd wandelt door het park. Ze zoekt de oplossing in allerlei manieren van      zelfzorg maar      ze komt er      niet. Tot ze      ontdekt      dat de dementerende 100-jarige, iemand die toevallig voorbij jogt, de dingen zijn waar ze      veel aan heeft. En daar heb je die      verbinding opnieuw. Die connectie geeft haar veerkracht. In die zin geeft      het boek      heel erg weer     waar Het Connectief voor staat. Ik voeg in het pakket van Het Connectief dan ook een aantal ingrediënten toe aan het boek. En aan de schenker geef ik mee: “     Stuur het pakje niet op met de post, maar consumeer het      samen, eet en lees samen.” Boeken brengen ook troost omdat je ze deelt met mensen. 

Positieve eindnoot/d

In het boek Waar zijn de wolken is Suzanne op een bepaald moment hopeloos en ze gaat naar een waarzegster. De waarzegster weet alles van haar leven. Het is zo vlot geschreven     dat je alles meteen      gelooft. Suzanne neemt afscheid en dan zegt de waarzegster: “in 2025 komt er een grote omwenteling van de grootteorde van de Franse Revolutie en alles wordt anders.” En ik geloof dat, want de waarzegster heeft dat gezegd. (lacht) Dus 2025, nog eventjes wachten, grote omwenteling, en dan komt alles goed.

Tekst: Let Dillen
Foto’s:  Kurt De Bock, Common