Daar mag je niet aan denken’: theaterstuk doorbreekt taboe over nalatenschap.

by | sep 18, 2023 | Magazine #7 | 0 comments

“Wat heb ik gedaan met de tijd die me gegeven is? Ben ik goed geweest? Wat laat ik achter?” Het zijn vragen die het ernstig zieke personage zich stelt in het theaterstuk ‘Daar mag je niet aan denken’. Actrices Chris Lomme en Simone Milsdochter belichamen moeder en dochter in het moeilijke, maar zo herkenbare gesprek over een terugblik op het leven. Met deze eenakter en het praatcafé nadien wil Kom op tegen Kanker nalatenschap en het opmaken van een testament bespreekbaar maken.

De rol van de moeder en dochter zijn jullie op het lijf geschreven. Hoe kwam de samenwerking tot stand?

Simone: “Kom op tegen Kanker contacteerde me met de vraag iets te ontwikkelen rond het thema ‘nalatenschap’. Hoe kan je dat onderwerp out of the box, creatief en laagdrempelig benaderen? Op dat moment werkte ik samen met filosofe en schrijfster Alicja Gescinska aan het theaterstuk ‘Apate spreekt’. Alicja heeft zo’n prachtige pen. Zo kwam er een dialoog tot stand die de basis vormt voor ‘Daar mag je niet aan denken’. Eenvoudig, maar menselijk en recht naar het hart. De mogelijkheid om samen met Chris op de planken te staan, als moeder en dochter, ja, dat is natuurlijk feest.”
Chris: “Simone en ik speelden al in verschillende theaterproducties samen. We kennen elkaar heel goed. We zijn door de jaren heen naar elkaar toegegroeid als vriendinnen, als een moeder en een dochter. Ik moest dus geen twee keer nadenken toen ik haar vraag kreeg. Het thema van het levenseinde ligt me ook na aan het hart.”

In welke zin is het levenseinde een belangrijk onderwerp voor u?

Chris: “Ik werk al meer dan tien jaar als palliatief vrijwilliger bij Topaz (nvdr. dagcentrum in Brussel voor mensen met een levensbedreigende ziekte). Het is zo waardevol wat je in de laatste dagen of weken van iemands leven nog kan betekenen. Dat heb ik gezien toen mijn mama stervende was. Ze werd verzorgd door een palliatief vrijwilligster, een fantastische vrouw. Ze deed eenvoudige dingen, die op dat moment zoveel betekenden. Mijn mama hield enorm van klassieke muziek. Die vrouw zette telkens muziek voor haar op, hield haar hand vast, luisterde naar haar… Mijn zussen en ik waren er natuurlijk ook, maar toch. Dat heeft echt iets in mij wakker gemaakt. Er zijn zoveel mensen die alleen zijn, die creveren van de ellende. Als je zelf gelukkig bent – als je veel gekregen hebt van het leven – dan moet je ook proberen terug te geven, vind ik. En dat vrijwilligerswerk in de palliatieve zorg is mijn manier om dat te doen.”
Simone: “Het is toch ook een onderwerp waarover moeilijk gesproken wordt. Toen ik in België kwam studeren aan Herman Teirlinck, schrok ik van hoe openlijk begrafenisondernemers in het straatbeeld te zien waren. Anders dan in Nederland zie je hier doodskisten en urnen uitgestald in het winkelraam liggen. ’Wauw’ dacht ik ‘Hier gaan ze liberaal met de dood om’. Maar intussen weet ik dat er toch nog een taboe op rust, net zoals in Nederland. We hopen met het stuk bij te dragen aan meer openheid. Na het stuk is er telkens een praatcafé: daar kunnen mensen onderling napraten, maar er zijn ook notarieel juristen aanwezig die specifieke antwoorden kunnen geven op zeer concrete en technische vragen.”

Fragment uit ‘Daar mag je niet aan denken’

“Praat eens met Marcella over haar testament, in plaats van over skiën in Sint-Gervais.” – “Dat doe je toch niet? Dat zou toch onbeleefd zijn?” “Onbeleefd? Wat is er onbeleefd aan een gesprek over iets dat ons allemaal te wachten staat? Mensen hebben de neiging de dood weg te moffelen. Alsof ziek zijn en dood gaan iets beschamends is. Dàt is pas beschamend.”

Zijn jullie zelf bewust bezig met jullie testament?

Simone: “Ik moet toegeven dat ik er voor dit theaterstuk helemaal niét mee bezig was. ‘Een testament, dat zijn geldzaken’ dacht ik, zoals zoveel mensen. Of dat het heel erg ingewikkeld en duur zou zijn, met notarissen enzo. Maar het kan zo eenvoudig zijn: je neemt een blad papier, je schrijft met de hand je naam, de datum, je wensen voor je nalatenschap en je ondertekent het. Je kan dat blad best deponeren, maar je kan het ook gewoon in de schuif van je bureau leggen. En je kan het ook telkens bijstellen, met een nieuwe, recentere datum erbij. Dus ja, ik ben ermee bezig.”
Chris: “Mijn testament is al lang klaar. Ik heb geen kinderen, en ik ben erg bewust bezig met wat ik nalaat. Niet dat het een schatkist is hoor, dat mag je goed weten. Maar ik vind het belangrijk dat er na mijn dood geen ruzie kan zijn over de materiële zaken. Dat hoor je zo vaak, dat er ruzie ontstaat in families omwille van geld. Het is natuurlijk fijner om daar niet aan te denken of te hopen dat je kinderen ook over financiële zaken altijd overeen zullen komen. Maar mensen moeten leren omgaan met de realiteit en zaken op papier durven zetten. En je moet daar ook niet te lang mee wachten. Vaak is er geen testament omdat iemand jong of plots overleden is. Dat is jammer. Een testament moet je op voorhand maken, niet wanneer je dood bent.”
Simone: “Dat is één van die vooroordelen over een testament: dat je er pas mee moet bezig zijn wanneer het einde nadert. Of dat je bijvoorbeeld rijk moet zijn om een testament op te stellen. Terwijl ik het nu bekijk als ‘kadootjes’ die
je over de dood heen kan geven. Je piano kan je schenken aan je buurmeisje dat muziek studeert, in plaats van dat je familieleden hem anders misschien naar de kringloopwinkel zouden brengen. Die fiets, die vulpen, die brief… Er zijn zoveel persoonlijke spullen die van waarde zijn, die iets kunnen betekenen voor mensen die achterblijven. Een kadootje voor de vrouw die je planten altijd water komt geven of voor een goed doel bijvoorbeeld. We hebben het zelf goed: Waarom niet een stukje van ons nalatenschap schenken aan mensen die na ons komen? Bij leven doe je veel voor anderen waarom moet dat stoppen met de dood?

Na het theaterstuk is er telkens een praatcafé voorzien. Wat zijn de reacties van het publiek?

Simone: “We spelen vaak voor een iets ouder publiek. Ook komen er veel lotgenotenverenigingen kijken. Je voelt aan wie dat zijn. Zij blijven na de voorstelling net dat momentje langer in hun stoel zitten. Even de tijd nemen om te bekomen. Dat is de meerwaarde van kunst, of het nu theater is of iets anders: Het kan je de woorden geven voor een onbestemd gevoel waar jezelf de taal niet voor vindt. De herkenning raakt.
Chris: “We proberen het licht te houden, maar natuurlijk is het vaak ook emotioneel. Mensen in het publiek hebben het meegemaakt, die diagnose dat het niet meer goed komt. Het moeten nadenken over je levenseinde. Dat vraagt een heel verwerkingsproces. Of misschien zitten ze er wel net middenin. Dat maakt natuurlijk veel los. Het soort persoonlijke gesprekken dat je daardoor met mensen krijgt, dat is voor mij een dagelijks gegeven geworden. Zeker sinds ik voor Topaz werk, maar daarnaast sta ik nog regelmatig Na het theaterstuk is er telkens een praatcafé voorzien. Wat zijn de reacties van het publiek?
Simone: “We spelen vaak voor een iets ouder publiek. Ook komen er veel lotgenotenverenigingen kijken. Je voelt aan wie dat zijn. Zij blijven na de voorstelling net dat momentje langer in hun stoel zitten. Even de tijd nemen om te bekomen. Dat is de meerwaarde van kunst, of het nu theater is of iets anders: Het kan je de woorden geven voor een onbestemd gevoel waar jezelf de taal niet voor vindt. De herkenning raakt.
Chris: “We proberen het licht te houden, maar natuurlijk is het vaak ook emotioneel. Mensen in het publiek hebben het meegemaakt, die diagnose dat het niet meer goed komt. Het moeten nadenken over je levenseinde. Dat vraagt een  heel verwerkingsproces. Of misschien zitten ze er wel net middenin. Dat maakt natuurlijk veel los. Het soort persoonlijke gesprekken dat je daardoor met mensen krijgt, dat is voor mij een dagelijks gegeven geworden. Zeker sinds ik voor Topaz werk, maar daarnaast sta ik nog regelmatig op de planken met voorstellingen en projecten rond diepmenselijke thema’s. De interacties die daaruit voortkomen zijn vaak intiem en diepgaand. Ze zijn van levensbelang: zowel voor de mensen die, na het zien van zo’n voorstelling bijvoorbeeld, voor het eerst durven spreken over hun moeilijkheden, als voor mezelf. Het is fijn om op die manier voor anderen van betekenis te kunnen zijn.”
Simone: “Zo herinner ik me een man van rond de 70 jaar, die ik tegen het lijf liep na de voorstelling. Ik had mijn jas en mijn bos bloemen al in mijn hand, stond klaar om te vertrekken. Ik keek hem aan en in een flits zag ik het gezicht van mijn vader – ook hij was zwaar getroffen door kanker toen hij zestig was. In een opwelling gaf ik hem mijn bloemen “Hier, ze zijn voor jou”. Het was een ontroerende ontmoeting die niet langer duurde dan tien seconden. Diezelfde avond ontving ik een mailtje van hem met een persoonlijke bedanking. Hij had effectief kanker, vertelde hoe bang hij was, wenste me succes met de komende voorstellingen. Dit zijn dierbare korte ontmoetingen met onbekenden waarin het gesprek direct naar de kern gaat. Vaak wordt er zelfs weinig gezegd maar gewoon een hand net iets langer vastgehouden. Door samen te wankelen geven we elkaar wat houvast. Daar gaat het over: de dood komt voor iedereen. Hij is heel erg democratisch. Ik hoop dat we met ons stuk het gevoel kunnen uitdragen: ‘Je bent niet alleen’.”

Theaterstuk ‘Daar mag je niet aan denken‘

Tekst Sofie Peeters
Foto’s © Joost Joossen