Column Tania Mertens

by | apr 25, 2023 | Magazine #6 | 0 comments

Ik ben Tania Mertens, fotograaf van de echte verhalen. Ik ben een mijmeraar en een dromer met een gigantische liefde voor verhalen. Fotografie is mijn taal om die verhalen te schrijven. In de details van het leven
zit ik vlakbij graag zien, in al zijn vormen. Dat brengt me dicht bij wat er écht toe doet en dat maakt van mij dus ook een fotograaf van ongelooflijk graag zien! Soms is liefde heel zichtbaar, dan weer verborgen onder vele, zachte laagjes. Mijn werk is een ode aan jou, aan het leven tout court – met alles erop en eraan en het mag er allemaal zijn.

Hoe stel je twee generaties aan elkaar voor, wetende dat ze elkaar nooit ‘echt’ zullen ontmoeten? Hoe zorg je ervoor dat de nalatenschap van de ene nooit ‘zomaar’ een gewoon doosje zal zijn voor de ander?
Het was een zoektocht meer dan waard. De aanleiding van deze zoektocht was een doosje juwelen. Juwelen afkomstig van mijn grootmoeder, mijn meter, de mama van mijn papa. Ik ben nog maar een tiener op het moment dat mijn meter beslist om haar ringen één voor één van haar vingers te halen en in mijn handen te leggen. Haar ringen definieerden voor een stuk wie zij was. Ze droeg ze altijd, gouden en zilveren ringen door elkaar en het liefste nog aan elke vinger één. Ik begreep dan ook niets van haar plotse beslissing haar ringen, daar en dan, weg te schenken aan mij en eerlijk gezegd maakte het me ook een beetje bang. Mijn protest werd echter resoluut van tafel geveegd: “Mijn ringen zijn voor jou, zo ben ik er zéker van dat je iets van mij zal hebben, voor later.” Ik nam ze aan en stopte ze met liefde in een doosje. Die mooie gouden en zilveren ringen allemaal samen, zoals ze ook altijd gedragen werden – allemaal samen. Jaren later wordt het doosje gevonden door mijn dochter, in het juwelenkistje waarvan ze weet dat ze er eigenlijk niet mag aankomen. Haar ogen glinsteren. De ringen, die eigenlijk verboden terrein zijn voor haar, glijden één voor één over haar grijpgrage vingertjes. Ik vertel haar dat de ringen ooit van haar zullen zijn. Maar nu behoren ze mij nog even toe.

Mijn grootmoeder IS de ringen, de ringen zijn ZIJ.

Soms als ik aan haar denk, heb ik niet het gevoel dat ik haar écht kende. Ik weet natuurlijk wel dat ze me heel graag zag: daar heb ik nooit aan getwijfeld. Maar wie ze nu écht was als vrouw, wat haar bezighield, dat weet ik niet. Wat ik te weten kom, wordt verteld door anderen die haar pad kruisten en waar ze haar vele facetten aan toonde en dat is mooi. Maar die verhalen zijn gekleurd door de bril die zij dragen en de ervaringen die zij hadden met haar. Nu ik ouder ben, beslis ik om niet langer alleen door die brillen te kijken: het is ondertussen een en-en-verhaal geworden. Wie ze was voor anderen en de aan mij vertelde verhalen. Ze kleuren en verrijken alleen maar het beeld dat ik van haar heb en hoe mooi is dat? Behalve dat doosje erfde ik nog iets van haar, namelijk haar liefde voor juwelen. Zo ben ik gek op oorbellen – in alle maten en vormen, gouden, zilveren, houten, het maakt niet uit. Zolang ik ze maar mooi vind. Ik draag ze elke dag en soms wissel ik zelfs gedurende dag. Afhankelijk van hoe ik me voel. En ik zie ook dat ik op mijn beurt die liefde voor juwelen heb doorgegeven aan mijn dochter. Geboren Pipi Langkous met een zwak voor ringen, halskettingen, plak-oorbellen en make-up, en gescheurde broeken, dat ook.
Het beeld dat ik maakte van mijn dochter met de ringen van mijn grootmoeder was mijn manier om ze aan elkaar voor te stellen. De ringen die zo graag gezien werden door mijn grootmoeder deden de ogen mijn dochter fonkelen.
Onze cirkel is rond. Ze kennen elkaar nu.
Overgrootmoeder en achterkleinkind.
Samen in één beeld.
Hoe mooi is dat.

Tekst Tania Mertens