Column – Rakelings

by | apr 25, 2023 | Magazine #6 | 0 comments

Ik ben Let Dillen – klinisch psycholoog, onderzoekster, jongensmama, met ‘secretario’ als totem. Ik houd van woorden, van taal, van beeld, van spreken en van zwijgen, van denken, overdenken en oneindig twijfelen. Het boeiendste vind
ik al deze dingen op snijpunten en kantelpunten van het leven. Hoe kunnen woorden, beelden, symbolen en rituelen vormgeven aan deze breuklijnen? Hoe doen we dat in gemeenschap? Ik zoek daarin, ik wankel daarin, ik val daarin en ik vind daarin, dankzij al diegene die ik mag ontmoeten en al diegene die ik daarbij mag helpen. Maar ook dankzij al diegene die in mijn DNA geslepen zijn zonder er nog fysiek te zijn.

21 maart is het officieel: de lente is in aantocht. Hoe ik dat weet? Niet door de kalender, maar door de werkijver bij onze buren. Na dagen van regen en miezer brulde de eerste grasmachine van 2023 de lente in. Niet veel later volgden elektrische heggenscharen en boommaaiers. Mensen zijn opnieuw in de weer: komen buiten, ruimen op, maken de tuin lenteklaar. In de maga-zines lijst men voor het gemak van de moderne verstedelijkte mens op welke tuinklussen te gebeuren staan.
Maar ook als je liever geen tuin-bucketlist afwerkt, kan je er niet omheen: de natuur staat op het punt van leven te barsten. De knoppen aan de kale boomtakken zitten verwachtingsvol klaar: nog een klein duwtje van de zon en het groen kleurt weer onze natuur.
Ieder van ons weet dat het te gebeuren staat. Medio februari heb je het meestal stilaan gehad met de winter, of beter gezegd met de donkerte, want echte winters zijn al even geleden. Je snakt naar licht, bloesemgeuren en buiten zonder jas. De krokussen, vaak nog met hun kopjes in de vrieskou, zijn de eerste bodes van het einde van winter. Je weet het, je ziet het: het komt er aan. Betere tijden breken aan.
En toch.
Elk jaar ben ik weer verrast door die explosieve herstellende kracht van de natuur. Nog geen twee weken terug wandelde ik met regenjas en bemod-derde broekspijpen in bossen die vooral bruin kleurden: verlepte varens
als gronddek, hangende sparren, en plassen waarin de triestigheid van ons Belgisch weer reflecteerde. Hoewel een wandeling me altijd deugd doet, was het kleurenpallet toch eerder van een grote tristesse. Niets verraadde beter.
En toch.
Plots ontluikt uit al dat bruin, die rottigheid en gevallen bladeren een vrucht-bare lente. Ik ben er altijd door gepakt: letterlijk in snelheid. Figuurlijk in de zin van aangedaan. De wijsheid verscholen in de natuur ontroert me. De ritmiek van komen en gaan van seizoenen, van donker naar licht, van koud naar warm biedt houvast en troost.
Het doet me denken aan de prachtige zin van de Libanees-Amerikaanse schrijver Khalil Gibran: “In het hart van elke winter zit een trillende lente”.

Tekst Let Dillen