Column – Rakelings

by | sep 18, 2023 | Magazine #7 | 0 comments

Ik ben Let Dillen – klinisch psycholoog, onderzoekster, jongensmama, met ‘secretario’ als totem. Ik houd van woorden, van taal, van beeld, van spreken en van zwijgen, van denken, overdenken en oneindig twijfelen. Het boeiendste vind
ik al deze dingen op snijpunten en kantelpunten van het leven. Hoe kunnen woorden, beelden, symbolen en rituelen vormgeven aan deze breuklijnen? Hoe doen we dat in gemeenschap? Ik zoek daarin, ik wankel daarin, ik val daarin en ik vind daarin, dankzij al diegene die ik mag ontmoeten en al diegene die ik daarbij mag helpen. Maar ook dankzij al diegene die in mijn DNA geslepen zijn zonder er nog fysiek te zijn.

Half mei mochten 13 laureaten in de circustent op de site van Tour en Taxis een Ultima in ontvangst nemen, als erkenning voor hun verdienste in de socio-culturele sector. Dit jaar kreeg de choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui een Ultima voor zijn hele carrière. Ik weet niet of u hem kent, deze man die als jongste ooit, amper 47 jaar, een erkenning voor zijn hele carrière in ontvangst mag nemen. Ik ga het niet over de man zelf hebben, wel over één van zijn recente voorstellingen: NOMAD.
Niet gezien? Geen nood, ik neem met plezier even mee. NOMAD is een voorstelling van de danscompagnie Eastman onder leiding van Sidi Larbi Cherkaoui. 11 dansers belichamen een ontheemd volk dat door de onherbergzame woestijn waadt. Ze worden blootgesteld aan extreme omstandigheden en lijken nergens een thuis te kunnen of mogen vinden. Tenzij in de samenhorigheid. Via de steun van de anderen is er toch kans op overleven. Het is een voorstelling van een ontzettende schoonheid: het uitgekiende kleurgebruik, de danslijnen en de muziek maken het een feest voor oog en oor.

En toch liep ik dagen erna wat verloren, onrustig. De voorstelling raakt immers aan brandend actuele thema’s: voor wie zijn wij nog een thuis? Waar voel ik mij thuis? Naar waar ben ik onderweg? En dat in een wereld in brand? Zijn we nog thuis op onze aarde? Ik ging op onderzoek uit.
Ik moest hier iets mee. De vragen hielden me vast.

Ik vertrok daarvoor vanuit mijn fysieke thuis: een woonwijk waar we met 23 gezinnen rond een gemeenschappelijke binnentuin leven. Zoals dat gaat in dergelijke wijken zijn we hier allemaal 10 jaar terug gestrand om er onze eigen en collectieve thuis te maken. Weinigen kwamen van de streek waar we nu wonen. Kinderen werden geboren, ouder-rollen verschoven, baby’s worden stilaan pubers, buren verhuisden, andere buren overleden. Een perfecte plek om de vragen van NOMAD voor te leggen, leek me. Dus ik ging op zoek bij mijn buren. De volwassenen interviewde ik, de kinderen liet ik tekenen op een briefkaart.

De picknicktafel in onze tuin werd plek van gesprek. Plek van sprokkelen van thuis/onderwegverhalen. Verhalen om te koesteren. Het hart ervan was steeds: thuis gaat over mensen – het kan een plek zijn – maar het gaat vooral over mensen, en mensendingen. Kinderen en volwassenen waren het daar stellig over eens. Mensen en dingen die je samen doet met anderen: koken, babbelen, aperitieven. Een buurvrouw nam de tekst van Jonathan Jeremiah erbij: “I am going home where my people live.”. Een andere buurvrouw nam een dekentje als symbool voor thuis: omhuld zijn en veilig zijn: dat is thuis. Weer een andere buurvrouw zocht meteen de tekst van een lied uit de jaren ’90 op van Herman van Veen: ‘Een beter land’. Voor een buurman was een zetel symbool voor thuis: er hoeft niets, je moet niet alert en klaar zijn voor iets, zoals je wel doet op een stoel. En zonder het goed door te hebben kwamen in die thuisverhalen ook verhalen van gemis naar voor, van zij die er niet meer zijn, of dromen die stuk zijn. Ook daarvoor hebben we voor onszelf en voor elkaar een thuis te creëren. Of zoals een buurvrouw aangaf met de woorden van E.E. Cummings: “I carry your heart with me, I carry it in my heart”.

NOMAD stelde me vragen, ik sprokkelde enkele antwoorden. Vooral de verbondenheid die in alle verhalen, alle briefkaartjes en alle droomplekken naar voor kwam, is hoopvol. Ik kan weer verder, ook al blijft het schuren en blijft nog veel open. Ik weet dat er daarvoor een thuis is: mensen.
Ik geef daarom het stokje graag aan u door: Waar is uw thuis? Voor wie bent u een thuis? Naar waar bent u onderweg? Wat of wie hebt u nodig om een thuis te hebben?

Ga het gesprek aan. Een picknicktafel helpt.

Tekst Let Dillen