Column Dr. Tamara Ingels

by | mrt 13, 2024 | Magazine #9 | 0 comments

Staand begraven … het bestaat

Begraafplaatsen zijn serene plekken. Begraafplaatsen herbergen erfgoed. Maar af en toe kan je er ook écht iets heel bijzonders vinden. Ik neem je even mee naar een onbekend plekje, waar iets unieks te zien is. En het ligt in… Sint-Katelijne-Waver. Meer bepaald een klein gehuchtje, genaamd Elzestraat. Een kleine parochie, die rond 1888 ook haar eigen begraafplaats kreeg, omdat de afstand tot Mechelen én Sint-Katelijne-Waver toch nog aanzienlijk was. In 1929 werd daar een concessieperceel van maar liefst 30 vierkante meter aangekocht door een illustere burggraaf die er een gigantisch monument voor zichzelf en zijn familieleden op wilde optrekken. En dat is het ook geworden! Als kind reed ik er op weg naar Mechelen vaak voorbij zonder ooit te stoppen, het is pas in mijn praktijk als erfgoedconsulent dat ik de bijzonderheden van dit graf mocht ontdekken.

Wat is er zo bijzonder aan? De burggraaf koos voor een praalgraf dat het midden houdt tussen kunstrots die een ‘grot’ herbergt zoals we tal van kapelletjes in Vlaanderen kennen – het is in feite een verwijzing naar de berg Golgotha. Alleen wordt het bekroond door een Christusfiguur afgebeeld als Verlosser van de wereld, de armen wijd geopend. Het beeld zie je duidelijk staan van op de straat, en doet wat denken aan het befaamde Christusbeeld op de Corcovado-heuvel in Rio de Janeiro. Groot genoeg dus… 

Het meest bijzondere van het graf – dat ondertussen ook beschermd is als monument – kan je echter pas ontdekken op de begraafplaats zelf. In de ‘grot’ zij er namelijk op de drie gesloten wanden pleisterschilderingen aangebracht die verwijzen naar andere verhalen waarin figuren uit de Bijbelse wereld sterker zijn dan de dood. Links de voorstelling van Christus die Lazarus tot leven wekt en achteraan een tafereel met de Verrijzenis van Christus. De rechterwand herbergt een prachtige voorstelling van het Laatste Oordeel. 

Wat het grafteken nog bijzonderder maakt dan dit? Er zit een heel erg bijzondere grafkelder onder. Want in het midden (en dat zie je ook bovenaan op het grondniveau) ligt de burggraaf begraven. Rondom zijn graf is er in de kelder een gang voorzien, die je gewoon kan betreden. En rondom…werden familieleden én bijzondere personeelsleden staand (jawel, staand!) ondergronds begraven. Met andere woorden, in de dood staan ze letterlijk in een u-vorm rondom hem, rondom zijn graf. Helaas lieten enkele familieleden de meeste kisten later ontgraven en overbrengen naar andere graven op de begraafplaats. Enkel twee personeelsleden liggen – euh – staan de burggraaf vandaag nog steeds trouw bij in de dood.

Wie afdaalt in dit bijzondere gangetje (dat volledig bezet is met pleisterwerk in de vorm van ruwe stenen) krijgt er ook meteen vrolijke boodschappen bij. De gang is namelijk voorzien van tal spreuken, hier en daar met een vleugje oude spelling. Wat staat er zoal? Heden ik, morgen gij!; Gij zijt stof en tot stof zult gij wederkeeren!; weest bereid!; Na de dood komt het oordeel…

Toen ik het monument leerde kennen was het helaas in bouwvallige staat, ondertussen is er al heel wat werk aan verricht om het in zijn glorie te herstellen. Destijds was het afdalen van de trappen dan ook een hele onderneming. Uit veiligheidsoverwegingen mocht ik uitzonderlijk en enkel met de nodige beschermende kledij (helm incluis) de ondergrondse structuur betreden. Het kleine benepen gangetje en de bouwvallige staat van destijds meegerekend maakten dat ik me toch ooit al wel beter heb gevoeld op een begraafplaats. Zeker bij het lezen van de spreuken aan de muur, bekroop er me toch een licht gevoel van angst en het bijhorende kippenvel. Ondertussen is het monument dus gerestaureerd, maar helaas veel te weinig gekend als één van die bijzondere funeraire parels in ons kleine landje.

In ieder geval…als je ooit eens passeert langs deze gemeente, ergens onderweg op de baan tussen Mechelen en Lier, maak dan zeker even een tussenstop. Het is meer dan de moeite waard! 

Memento Mori | memento-mori.be

Tekst: Tamara Ingels