Atelier Ernest Salu, een plek met een ziel, en zijn huisbewaarders

by | mrt 12, 2024 | Magazine #9 | 0 comments

Af en toe zijn onbetrouwbare treinuren een zegen. Ik had afgesproken met Tom Verhofstadt aan het Atelier Ernest Salu om kennis te maken met deze bijzondere plek en de vzw Epitaaf. Het was door de treinstaking kiezen: ofwel te laat, ofwel te vroeg aankomen. Ik koos voor het laatste. Wat een geschenk bleek te zijn. Het gaf me de kans om de aanpalende begraafplaats van Laken te bezoeken. De oudste begraafplaats in het Brussels Gewest beslaat een oppervlakte van 6.3 hectare met statige lanen, indrukwekkende grafmonumenten, beeldhouwwerken en ornamenten, en een uniek netwerk van ondergrondse galerijen. Het staat internationaal gekend voor zijn funerair erfgoed. Het wordt niet voor niets het “Père Lachaise” van Brussel genoemd. En net op deze buitengewone plek kocht Ernest Salu in 1872 een perceel. De start van drie generaties beeldhouwers. En over deze artistieke erfenis waakt de vzw Epitaaf.

Een artistieke erfenis van drie generaties

Ernest Salu I: beeldhouwer, geboren ondernemer, en weldoener

Ernest Salu I wordt geboren in Schaarbeek in 1846. Hij wordt op jonge leeftijd wees en komt terecht in het weeshuis van Schaarbeek, gelegen tegenover het atelier van Guillaume Geefs, de hofbeeldhouwer van Leopold I. Hij gaat naar de Academie voor Schone Kunsten om beeldhouwer te worden en gaat ook in de leer bij Geefs. Samen met heel wat andere Belgische en Franse beeldhouwers is hij rond 1870 aan de slag op de toenmalige grote werf van het Beursgebouw van Brussel. Zij werkten het hele ornament- en beeldhouwersprogramma uit onder artistieke leiding van de Franse beeldhouwer Carrier-Belleuse. Ernest Salu zal die stellingen delen met niemand minder dan August Rodin, die dan in Brussel verblijft. 

Het is in die periode dat Ernest Salu I een opdracht krijgt met funeraire connotatie. Wat de bestelling precies inhield, weten we niet. Het werd wel de start van een bloeiende funeraire specialisatie over drie generaties. Ernest Salu I zag immers  vanuit tweeërlei hoeken – de artistieke uitdaging en het jonge ondernemerschap –een gat in de markt om zich te specialiseren in het vervaardigen van funeraire sculpturen en monumenten. 

In 1872 kan hij dit terrein naast het kerkhof van Laken aankopen, wat een ongelooflijke meesterzet blijkt te zijn. Het kerkhof had al een bovenlokaal belang: er lagen hier toen reeds bekende personen: La Malibran (La Malibran Maria Felicia Garcia, 1808-1836, is een van de grootste operazangeressen uit de geschiedenis) was hier begraven, evenals onze eerste koningin Louise Marie van Orléans. Begin jaren ‘70 is de Onze-Lieve-Vrouwekerk volop in aanbouw. Er was op deze plek dus heel wat animo, waardoor de aankoop van dit terrein hier vlak naast het kerkhof erg vooruitziend was. Ernest Salu I start hier in 1872 een steenkappersatelier in openlucht in functie van de productie van graftekens, vooral dan voor de begraafplaats van Laken dat toch een heel specifiek cliënteel kent: de rijke burgerij en ontzettend veel adel. Als je het kerkhof bezoekt, zie je daardoor heel wat blazoenen en wapenschilden. De koningsgezinde, zeer katholieke adel wilde immers in de nabijheid van de koninklijke familie begraven worden. Ernest Salu I zit met zijn steenkappersatelier dus dichtbij een cliënteel dat bemiddeld is en waarin hij heel wat afzetmogelijkheden zag. 

“Ernest Salu I bezat een combinatie van slim ondernemerschap en een gezonde portie ambitie wetende wat hij artistiek kon”

En dan gaat het snel. In 1874 installeert hij een eerste houten barak als overdekt atelier. In 1881 beslist hij zich er definitief te vestigen. Hij bouwt zijn eigen woning die uitgeeft op de Leopold-I-straat en een stenen atelier. Het atelier krijgt al snel een uitbreiding in 1882. Er wordt een soort van belvedère gemaakt. In 1905 komt er een vitrine vooraan en in 1912 wordt de wintertuin opgericht met zijn opmerkelijke portiek met de monumentale adelaren aan weerszijden. De aanwezigheid van het atelier ten opzichte van het kerkhof laat zich meer en meer bewerkstelligen. Je zag het atelier toen vanop het kerkhof: de omheining van het atelier grensde rechtstreeks aan het kerkhof. Het was bijna het verlengstuk van het kerkhof, terwijl het dat natuurlijk niet was. Dat speelt in het voordeel van het bedrijf. 

Het atelier wint aan belang, wordt groter. Rond 1900 bereikt het atelier zowel artistiek als economisch een hoogtepunt. Naar schatting zijn er dan een 40-tal mensen aan de slag. Dat is veel en omslachtig maar tegelijk ook nodig gezien het product dat vervaardigd werd. De stenen verplaatsen vraagt om gigantisch veel mankracht, want er waren nog geen mechanische hulpmiddelen zoals takels. Er loopt dan ook een ezeltje rond, waarschijnlijk om die lasten mee te trekken. Bovendien zijn er heel wat disciplines binnen het steenkappen. Je hebt diegenen die de ruwe bekappingen deden, anderen zijn gespecialiseerd in bepaalde afwerkingsmethoden, weer anderen vervaardigen de kleimodellen, weer anderen vertalen dat kleimodel naar een gipsmodel en de steenkapper kopieert dat naar de steen. Een steenkappersatelier heeft wel wat personeel nodig. Het is een zeer voortvarend bedrijf.

Ernest Salu I is bovendien niet alleen met zijn bedrijf bezig, maar engageert zich ook sociaal-maatschappelijk. Tot aan zijn dood neemt hij het directeurschap waar van het Bureau de Bienfaisance, het weldoenersbureau van de gemeente. Hij is een van de initiatiefnemers van de Clementina-crèche, een crèche die vandaag nog altijd bestaat. Hij engageert zich ook politiek in de gemeente en zetelt lang in het gemeentebestuur samen met de iconische Lakense burgemeester, Emile Bockstael. 

Het is dus iemand die zich niet alleen onderscheidt door zijn ondernemerschap en zijn kunstenaarschap maar ook als weldoener, als politieker en zelfs als lid van de burgerwacht. Hij huwt en krijgt kinderen. Er wordt een zoon geboren, die de naam Ernest krijgt – de toekomstige Ernest Salu II. 

De voortzetting van het artistieke funeraire atelier dankzij Ernest Salu II en III

Het etablissement Salu stond gekend voor de artistieke kwaliteit. Alleen academisch geschoolde beeldhouwers waren er aan het werk. Ernest Salu II moet dan ook eerst zijn opleiding aan de academie voltooien vooraleer hij in het bedrijf van zijn vader mag en kan werken. Hij slaagt daar in en kan aan de slag bij zijn vader. Wanneer Ernest Salu I in 1923 sterft, zet Ernest Salu II het bedrijf verder, nog steeds voortvarend. 

Vanaf de jaren ’30-’40 evolueert de productie van en de vraag naar grafmonumenten echter sterk. Hoewel er nog zeer interessante zaken gemaakt worden en de bestellingen binnen blijven komen, zie je toch een verval in het soort graftekens. Deze hebben niets meer te maken met die 19de-eeuwse gigantische monumentale mausolea met een veelheid aan graftekens, ornamenten en symboliek, die om heel wat kapwerk vroegen. 

Ernest Salu II huwt, krijgt kinderen, waarvan een zoon die hij ook Ernest noemt – de latere Ernest Salu III. Zoals de traditie wil, gaat Ernest Salu III naar de academie om zich te scholen als beeldhouwer, waarna hij in het atelier zal werken. Hij zal lang met zijn vader samenwerken en doorheen de jaren 50, 60 en 70 het bedrijf verderzetten. In de jaren 60 en 70 wordt de productie van graftekens meer gestandaardiseerd. Ernest Salu III verlegt zijn artistieke uitdaging dan naar film en fotografie. Hij wordt een van de vaste medewerkers van de cineast André Cauvin. Hij reist naar Congo om daar films te maken en is betrokken bij het maken van Bwana Kitoko, de film-documentaire over de eerste reis van de jonge koning Boudewijn naar toenmalig Belgisch-Congo in 1955. 

Uiteindelijk zal het atelier in 1983 de deuren sluiten, omdat er geen werk en geen opvolging meer is en de nodige infrastructurele moderniseringswerken zich opdringen. 

“1872-1983: 111 jaar continue activiteit op deze locatie in de productie van graftekens overheen drie generaties, telkens vader op zoon doorgegeven.” 

Het grafmonument van Ernest Salu I als het mooiste grafmonument in Laken volgens de Zomer van Klara

Dat grafmonument hoort zeker en vast bij de top. De schoonheid zit zeker niet alleen in de uitvoering maar ook in de betekenis. Het overlijden van Ernest Salu I is een grote aderlating. Niet alleen voor het bedrijf, niet alleen voor zijn familie maar ook voor de Lakense gemeenschap. Het was dus zaak om die nalatenschap zo monumentaal mogelijk te materialiseren, door een grafteken te maken dat de persoon eer aandoet. Dat vraagt om een portretbuste: je moet iemand zo portretteren, dat men idee heeft over hoe die man er heeft uitgezien. Ernest Salu II maakte een portretbuste op een obeliskvormige sokkel die naar boven toe taps afloopt, met een totale hoogte van om en bij de twee meter. Aan de voet van die sokkel staat een jong meisje dat met een guirlande – als huldiging – naar Ernest Salu I opkijkt. In dit beeld zit niet de typische adoratie naar iemand die een betekenisvol leven heeft gehad, maar een warm opkijken van jeugd naar ouderdom. En het speciale is dat het jonge meisje niemand minder is dan zijn eigen kleindochter. Denise Salu staat model voor het grafteken van haar eigen grootvader, gemaakt door haar vader. De drie generaties komen samen in het grafteken voor Ernest Salu I. Het geheel volledig in Carrera marmer ten bewijze van rijkdom wellicht. De beste steensoort die je je maar kan voorstellen, de steensoort waar de beeldhouwers het liefst mee werken, de puurste. Dat monument draagt de geschiedenis van heel het atelier in zich. 

Epitaaf vzw als huisbewaarders voor de artistieke erfenis van drie generaties

Vogelvrije grafmonumenten

In 1984 werd de vzw Epitaaf opgericht door mensen met verschillende achtergronden (advocaten, kunsthistorici, psychologen, fotografen…) die een gezamenlijke interesse hadden in begraafplaatsen en alles wat zich daarrond afspeelt. En dat is heel wat: denk daarbij aan het historische luik, het erfgoedluik, het artistieke luik, het rituele luik… Zij deelden niet alleen een fascinatie voor funerair erfgoed en grafkunst maar ook een bezorgdheid. Sinds de wet van 1971 is de eeuwigdurende concessie afgeschaft, waardoor de schrik ontstond dat de grafkunst vogelvrij verklaard was. De bezorgdheid was dat er een moment komen zal waarbij die grafmonumenten zullen geruimd worden. Hierdoor verdwijnen de versteende getuigenissen van wat een leven misschien ooit geweest is, samen met de materiële en visuele beleving daarvan. Vanuit die bekommernis ontstond de vzw met als hoofddoel te sensibiliseren rond funeraire erfgoed door het te bestuderen en te beschermen en het bij het brede publiek bekend te maken. Dat gebeurde met een nieuwsbrief, bezoeken aan begraafplaatsen zowel in binnen- als buitenland, fototentoonstellingen…

In de periode tussen 1985 en 1987 leerden leden van Epitaaf het atelier Salu kennen en hadden ze warme contacten met Ernest Salu III. Wat zij hier in het atelier ontdekten, was een ware schat aan funeraire grafkunst: Ernest Salu III had de ‘legacy’ van zijn vader en grootvader – ontzettend veel tekeningen, beeldhouwwerken, gipsen, modellen en voorstudies – grotendeels intact bewaard.

Huisbewaarder van het atelier

Wanneer Ernest Salu III plots komt te overlijden in 1987, bleef het contact met de twee dochters, Micheline en Gisèle. Er werd een overeenkomst gesloten dat de vzw hier zijn hoofdkwartier mocht vestigen en dat er voor de woning een koper werd gevonden. Met die koper werd in 1989 een eerste erfpachtovereenkomst afgesloten: de bewoner woont privaat in het huis en het hele ateliergedeelte dat bestaat uit deze wintertuin en alle aanhorigheden, werd het werkterrein van de vzw Epitaaf. Daarbij schonken de dochters Salu heel wat collectiestukken aan de vzw. Daarmee werden de doelstellingen van de vzw wat verlegd. De vzw blijft ijveren voor behoud en bescherming van funeraire erfgoed en grafkunst, maar de grootste doelstelling van de vzw is tot op van de dag van vandaag het conserveren en restaureren van deze bijzondere plek. 

“vzw Epitaaf werd vanaf 1989 de conservator en waar het nodig is ook restaurator van het voormalige atelier Ernest Salu” 

Dat zorgde voor een hele actieve periode van zorg voor het atelier. Er werden activiteiten gepland, opendeurdagen gehouden maar ook werken om het gebouw te ontsluiten om publiek te kunnen ontvangen. In 1992 werden de woning en het atelier beschermd als monument, wat dan ook weer een grotere zorgplicht met zich meedraagt. Allerhande activiteiten ontplooiden zich, zowel vanuit de vzw zelf als in samenwerking met openbare besturen, erfgoeddagen, open monumentendagen, en andere culturele en erfgoedevenementen die vanuit de Brusselse en gewestelijke overheden of vanuit de gemeenschap werden geïnitieerd. 

De erfpachtovereenkomst van 1989 kwam ten einde in 2019, net wanneer de toenmalige bewoners ook wilden verkopen. Mede dankzij de inspanningen van de erfgenamen Salu, Micheline en Gisèle, is er dan een hele beweging op gang gekomen. Er werd een legaat opgericht en de woning en het atelier kwamen in beheer van de Koning Boudewijnstichting. De vzw kreeg een nieuwe erfpachtovereenkomst, met de woning er nu bij. De wens en de ambitie is om zowel het atelier als de woning voor het publiek toegankelijk te maken in de vorm van een huismuseum en een funerair museum in het beeldhouwersatelier. 

Funeraire schatkist 

Alle stukken die je hier in het atelier ziet, hebben een funeraire connotatie, zijn elementen die hebben bijgedragen tot de productie van een grafmonument dat hier in Laken en op andere begraafplaatsen kan worden bekeken. De vzw is heel trots op de vier gipsen modellen van de bas-reliëfs die model hebben gestaan voor de marmeren bas-reliëfs van het martelarenmonument op het Martelarenplein. Zij zijn gemaakt door Guillaume Geefs – de leermeester van Ernest Salu I. Al die zaken hebben intrinsiek een betekenis en een waarde, maar het ze worden eens zo interessant en uniek, omdat ze hier op deze plek verzameld zijn en tegelijk linken hebben met tastbare zaken die je nog kan bezichtigen.  

En zo is de link weer gemaakt met de bredere doelstelling van de vzw. De vzw blijft inzetten op het sensibiliseren en aankaarten van de problematiek rond het behoud van funerair erfgoed. Heel veel openbare besturen zowel in Vlaanderen als in Brussel weten de vzw te vinden voor advies of informatie over het inventariseren bijvoorbeeld. De vzw geeft nog steeds rondleidingen, grotendeels hier in Laken in combinatie met het atelier. 

Wij zijn de huisbewaarders en we zorgen er dan voor dat de mensen hier de nodige uitleg krijgen en dan trekken we naar het kerkhof en dan zie je de link tussen deze plek en het kerkhof.” 

In steen gebeiteld

Epitaaf refereert aan de epografie, de opschriften, die je op funeraire monumenten kan tegenkomen. De naam verwijst vooral naar de symboliek van de beitels, dat duurzame van de gebeitelde opschriften, dat eeuwigdurende. Naar de schrik dat het eeuwigdurende gaat verdwijnen, en de hoop dat de namen die in steen gebeiteld staan hopelijk nog lang zullen kunnen doorgeven.

2024 wordt een feestjaar

2024 wordt een heel belangrijk jaar voor Epitaaf. Epitaaf viert dan het Salu-jaar: 150 jaar Ernest Salu. Die 150 jaar verwijst naar 1874, het jaar waarin hij zijn eerste houten barak bouwt op deze plek. Tussen december en februari werkt de vzw vooral achter de schermen. Vanaf de lente smijten we de deuren weer open met een ambitieus programma van tentoonstellingen, rondleidingen, evenementen, voordrachtenreeksen en concerten. De Salu’s waren zelf ook muzikaal en hier op het kerkhof zijn ook heel wat musici begraven waarvoor de Salu’s graftekens hebben ontworpen. We zullen een bloemententoonstelling houden. De dames Salu hadden hun eigen bloemenzaak hier en zij schilderden ook. We hebben daar ook heel wat werken van die we zullen exposeren. Alle artikels die in de Tafofiel (nieuwsbrief van de vzw) zullen verschijnen, zullen Salu artikels zijn. We gaan onze collectie voor het publiek ontsluiten via een platform dat ons is aangeboden door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op Collections. Heritage.Brussels, de inventaris van het roerend erfgoed. Uiteraard hopen we ook in 2024 de nodige stappen te zetten naar restauratie en conservatie van dit gebouw. 

vzw Epitaaf | www.epitaaf.org

Tekst: Let Dille
Foto’s: Epitaaf