
Ontroerd #13
Of ik een voorwoord wilde schrijven voor de allereerste ONTroerd krant met als rode draad doorheen de editie: de eerste keer zonder. Ik moest daarover nadenken. ben ik wel de juiste mens om dat te doen? De eerste keer zonder, dan denk ik onwillekeurig aan al die mensen die op dit moment moeten verder leven met iemand die er niet meer is. Een dik jaar geleden, op de vooravond van de première van mijn film ‘J’ Aime La Vie’, stierf Anaïs Lachaert (wat een mooie naam toch!). Anaïs was een dierbare vriendin geworden, een steun ook in ons eigen traject met onze zoon Tore. Ik had haar graag op de première uitgenodigd, samen met haar man en moeder. Maar dat is niet meer gelukt. Anaïs was drieëndertig jaar, moeder van de negenjarige Jules en getrouwd met haar lieve held Tom. Ze was het enige kind van Veerle en Raf. Raf stierf twee jaar voor zijn dochter. Aan hen denk ik dan. Aan die familie. Hoe doen ze dat? Al die eerste keren zonder?? Hoe spartelt Veerle zich daar door? Zonder haar twee grote liefdes, haar man en haar dochter? Hoe doen Tom en Jules dat zonder Anaïs? De eerste keer Kerst zonder…, de eerste verjaardag zonder…, het eerste schoolfeest van Jules zonder… Ik kan het mij niet voorstellen. Onze zoon leeft nog. Hij is er nog! Het voelt haast ongepast dat ik hier dan iets zou schrijven over de eerste keer zonder… Alsof ik mij iets toe-eigen waar ik (nog) geen recht op heb. Emotioneel bedrog! Ik wéét toch niet wat dat is?? Ik wil ook helemaal nog niet aan denken hoe het zal zijn de eerste keren zonder. Dat is nog niet voor ons, wil ik schreeuwen! Dus waarom vragen ze dat aan mij? En toen daagde het mij: ik ken het natuurlijk wél. Ik weet wél wat het is, en wel op meerdere manieren. Ik maakte het mee toen mijn moeder stierf. Heel intens en diep en lang. En nu maak ik het ook weer mee, doorheen het ziekteproces van onze zoon. Absoluut. Niet op dezelfde manier, maar een ziekteproces is òòk afscheid nemen. Het gaat over veel meer dan dat éne onomkeerbare. Het gaat over verlies. Over iets niet meer mee kunnen nemen op je verdere weg. Afscheid vòòr het grote afscheid. Er zijn veel zaken die je moet loslaten onderweg. Dromen, verwachtingen, een toekomstbeeld… Een diagnose krijgen van een levensbedreigende ziekte, zomaar ineens van de éne op de andere dag, dat is een bom. Een alles-overhoop-gooiende tsunami die onaangekondigd toeslaat en waarop je je in de verste verte niet hebt kunnen voorbereiden. Het overkwam onze zoon terwijl hij volop aan zijn droom aan het timmeren was. Hij zat op kot en zou industrieel ingenieur worden. In nog geen week tijd ging het van een beetje moe naa nieren functioneren amper, botten vol kanker, gaten in de botten, ademen wordt moeilijker, intensieve zorgen, intuberen, chemobommen op dat lijf en hopen dat hij erdoor komt. Alsof we een compleet ander leven instapten. Next level. En nu serieus. Niets was nog hetzelfde. De eerste keer zonder de gedachte dat alles altijd goed komt. Ik geloofde daar rotsvast in, dat alles altijd goed komt. Het was verdorie mijn motto! Zo had ik het immers mijn hele leven lang mijn lieve moeder horen zeggen. “Jongetjes, heb een beetje vertrouwen, alles komt altijd goed.”. En dan zit daar een dokter die je vertelt dat dit niet goed komt. Hoogstens zo goed mogelijk en hopelijk nog zo lang mogelijk. Maar niet meer goed. Ach mijn lieve moeder. Bijna twaalf jaar geleden maakte ze een domme val met de fiets. Omvergereden. Ik was me in de backstage van de mooie schouwburg in Leiden (Nederland) aan het voorbereiden om Othello te gaan spelen toen mijn broer Kobe me belde. Er werd niet gespeeld die avond. Het werd de langste rit van mijn leven. Van Leiden over Gent naar Ardooie. Bijna vier uur onderweg naar mijn vader, mijn broers en zus en naar mijn moeder die er niet meer was. Wij, met zijn allen, verloren op dat ouderlijke nest. Maar wel héél erg samen. Toen we een half jaar later samenkwamen om haar verjaardag te vieren - mijn moeder verjaarde op twee november - had ik een grote foto van haar meegenomen. Zodat we daar toch niet zonder haar zouden zijn, want het was de eerste keer zonder haar op haar eigen verjaardag, en ik kon dat niet rijmen in mijn hoofd, in mijn lijf. Nu zijn we zoveel jaar later en elke keer als er weer eens een feest is of een belangrijke gebeurtenis in de familie, dan voel ik mij niet langer zonder haar, ze is er gewoon bij, ook zonder foto. Is dat niet gek? Het verdriet en de angst om haar plotselinge dood zijn met de jaren vergroeid tot mooie warme herinneringen die ik kan oproepen wanneer ik maar wil. Is dat wat ze bedoelde met “Heb een beetje vertrouwen jongetjes, alles komt altijd goed.”? Dat er misschien wel een kans bestaat dat het ‘anders, maar òòk wel goed’ komt? Ik ben niet permanent ongelukkig gebleven in de jaren na de dood van mijn moeder. Er kwam een laagje bij op mijn ziel. Een levenservaring en een rijkdom waaruit ik kon putten in de dingen die ik als acteur en schrijver maakte. Mijn moeder is vaak bij mij in mijn schrijfkot, dan zet ik Chopin op en brand ik een theelichtje bij haar foto en dan voel ik me oké. En het mag raar klinken, maar dat had ik niet toen ze er nog was. Natuurlijk, het neemt dat onnoemelijk verlies niet weg, maar er is wél iets voor in de plaats gekomen dat ik daarvoor niet kende. Dat extra laagje op de ziel. En dat helpt om het verlies te dragen. Ik ben mijn moeder eeuwig dankbaar voor de verbinding die er altijd geweest is, want die is blijvend. Verbinding verdwijnt niet. Zij heeft ons dat geleerd. En dat helpt me enorm op ons huidige parcours. Wij zoeken heel bewust naar verbinding in ons gezin. We zoeken elkaar op, we praten veel. Ik praat en correspondeer ook met lotgenoten en vrienden, spreek graag af om ergens koffietje te drinken en ik deel mijn verhaal. Ons verhaal. Onze eigen aparte verhalen die samen één verhaal vormen. En één keer per maand ga ik naar een therapeut. Ook dat doet deugd. Door al die dingen te doen en daar bewust voor te kiezen voel ik mij niet zonder, en ga ik me later misschien ook iets minder zonder voelen. Mathias Sercu.







Topics Ontroerd #13
Neem een kijkje in ons recente nummer
Ontroerd #13, de krant

Ontroerende verhalen in magazine #10
